ECLI:NL:RBOBR:2023:6032
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
WIA-uitkering terecht geweigerd wegens ontbreken toegenomen arbeidsongeschiktheid door dezelfde ziekteoorzaak
Eiser, voormalig metaalbewerker, vroeg een WIA-uitkering aan wegens vermeende toegenomen arbeidsongeschiktheid sinds 1 januari 2019. Het UWV wees de aanvraag af omdat er volgens hen geen sprake was van toename door dezelfde ziekteoorzaak. Eiser stelde dat het UWV een te beperkte beoordeling hanteerde en dat er onvoldoende medisch onderzoek was verricht, onder meer omdat geen lichamelijk onderzoek plaatsvond.
De rechtbank oordeelde dat het UWV terecht de medische situatie per 1 januari 2019 beoordeelde en dat het dossieronderzoek door de verzekeringsarts B&B zorgvuldig en voldoende gemotiveerd was. De nieuwe klachten betroffen volgens de verzekeringsarts andere, niet-verzekerde aandoeningen zoals foraminale stenose en een depressieve stoornis, die losstaan van de oorspronkelijke schouderproblematiek.
De rechtbank volgde de verzekeringsarts en concludeerde dat er geen toegenomen arbeidsongeschiktheid was door dezelfde ziekteoorzaak. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, en eiser kreeg geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak bevestigt het belang van een zorgvuldige medische beoordeling en de eis dat toename van arbeidsongeschiktheid moet samenhangen met de oorspronkelijke ziekteoorzaak.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de WIA-uitkering terecht geweigerd.