ECLI:NL:RBOBR:2023:6392
Rechtbank Oost-Brabant
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek wegens ontbreken specifieke rechterlijke betrokkenheid
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter, griffier, officier van justitie, de gehele rechtbank Oost-Brabant en de rechtspraak in een civiele zaak. Het verzoek betrof de zaak met nummer 10592926 CV EXPL 23-2972, waarin verzoeker gedaagde is.
De wrakingskamer oordeelde dat een wrakingsverzoek volgens artikel 36 Rv Pro moet zijn gericht op specifieke feiten of omstandigheden die de onpartijdigheid van een bepaalde rechter aantasten. Het verzoek van verzoeker voldeed hier niet aan omdat het niet specifiek was gericht op een bij de zaak betrokken rechter, mede omdat de behandelend rechter nog niet bekend was.
Daarom werd het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard zonder zitting. Het recht op mondelinge behandeling werd niet toegekend omdat het verzoek niet ontvankelijk was. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken specifieke rechterlijke betrokkenheid.