ECLI:NL:RBOBR:2023:6392

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
28 juli 2023
Publicatiedatum
22 april 2024
Zaaknummer
WR 23/018
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 Rvartikel 5 wrakingsprotocol rechtbank Oost-Brabant
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek wegens ontbreken specifieke rechterlijke betrokkenheid

Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter, griffier, officier van justitie, de gehele rechtbank Oost-Brabant en de rechtspraak in een civiele zaak. Het verzoek betrof de zaak met nummer 10592926 CV EXPL 23-2972, waarin verzoeker gedaagde is.

De wrakingskamer oordeelde dat een wrakingsverzoek volgens artikel 36 Rv Pro moet zijn gericht op specifieke feiten of omstandigheden die de onpartijdigheid van een bepaalde rechter aantasten. Het verzoek van verzoeker voldeed hier niet aan omdat het niet specifiek was gericht op een bij de zaak betrokken rechter, mede omdat de behandelend rechter nog niet bekend was.

Daarom werd het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard zonder zitting. Het recht op mondelinge behandeling werd niet toegekend omdat het verzoek niet ontvankelijk was. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.

Uitkomst: Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken specifieke rechterlijke betrokkenheid.

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK OOST-BRABANT

Wrakingskamer
zaaknummer: WR 23/018
Beslissing van 28 juli 2023
van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoeker]
wonende te [woonplaats]
hierna te noemen: verzoeker.

1.Het procesverloop

1.1.
Verzoeker is gedaagde in de zaak met zaaknummer 10592926 CV EXPL 23-2972. In deze zaak gaat het om een vordering van [naam] N.V. op verzoeker. Op 19 juni 2023 heeft [naam] N.V. verzoeker gedagvaard. Tegen deze vordering heeft verzoeker verweer gevoerd.
1.2.
Bij brief van 12 juli 2023 heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend. Verzoeker heeft in zijn verzoek aangegeven dat hij de rechter, de griffier, de officier van justitie, de rechtbank, de rechtspraak, het Constitutionele Hof van Sint Maarten en omliggende eilanden dan wel gebieden wraakt.

2.De beoordeling

2.1
Artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) bepaalt dat elk van de rechters die een zaak behandelen, op verzoek van een partij kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Hieruit volgt dat een wrakingsverzoek feiten en omstandigheden moet bevatten die specifiek betrekking hebben op de persoon van één of meer bij de zaak betrokken rechters.
2.2.
De wrakingskamer kan het wrakingsverzoek zonder behandeling ter zitting aanstonds ongegrond of niet-ontvankelijk verklaren indien het wrakingsverzoek geen betrekking heeft op de met de behandeling van de zaak belaste rechter of is gericht tegen het hele college (artikel 5, tweede lid, aanhef en onder e, van het wrakingsprotocol van de rechtbank Oost-Brabant).
2.3.
Het door verzoeker gedane verzoek tot wraking van de rechter, de griffier en de officier van justitie van de rechtbank Oost-Brabant, de gehele rechtbank Oost-Brabant en de rechtspraak is geen wrakingsverzoek in de zin van de wet. Het verzoek heeft immers niet specifiek betrekking op de persoon van één of meer bij de zaak betrokken rechters. Bovendien is nog niet bekend wie de behandeld rechter is in zaak met zaaknummer 10592926 CV EXPL 23-2972. Om die reden kan verzoeker niet in zijn verzoek worden ontvangen. Voor een behandeling van het verzoek ter zitting bestaat geen reden. Het in de wet opgenomen recht op een mondelinge behandeling is door de wetgever bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het verzoek, maar daaraan wordt gezien het vorenstaande niet toegekomen.

3.De beslissing

De wrakingskamer verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking.
Deze beslissing is gegeven door mr. J.O.Y. Elagab, voorzitter, mr. S.M.J. Korthuis-Becks en mr. F. Kooijman, leden, in tegenwoordigheid van de griffier mr. F.L. van Huijkelom en in het openbaar uitgesproken op 28 juli 2023.
- de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.