Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.De procedure
- het proces-verbaal van 25 juli 2023 waarin het mondelinge wrakingsverzoek is vermeld;
- de schriftelijke reactie van de rechter van 27 juli 2023.
Rechtbank Oost-Brabant
Verzoeker, bestuurder van een B.V., diende een wrakingsverzoek in tegen mr. V.G.T. van Emstede, rechter in de rechtbank Oost-Brabant, wegens vermeende vooringenomenheid en het idee dat de rechter al een beslissing had genomen zonder hem de kans te geven zich te verdedigen.
De wrakingskamer beoordeelde dat het verzoek onvoldoende was gemotiveerd. De enkele stellingen van verzoeker boden geen zwaarwegende aanwijzing voor partijdigheid of een objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor. De rechter wordt immers vermoed onpartijdig te zijn.
Op grond van artikel 36 Rv Pro en het wrakingsprotocol van de rechtbank kon het verzoek aanstonds ongegrond worden verklaard zonder zitting. De wrakingskamer besloot het verzoek zonder verdere behandeling te verwerpen. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is aanstonds ongegrond verklaard wegens onvoldoende motivering.