ECLI:NL:RBOBR:2023:6398
Rechtbank Oost-Brabant
- Wraking
- B.C.W. Geurtsen-van Eeden
- E. Vermeulen
- F. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter in zaak verlenging ondertoezichtstelling minderjarige
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter die betrokken is bij een zaak over de verlenging van een ondertoezichtstelling van een minderjarige. Verzoeker baseert zijn verzoek op vermeende partijdigheid vanwege eerdere beslissingen van deze rechter, waaronder een eerdere verlenging van de ondertoezichtstelling voor zes maanden en vermeende onjuiste weergave van uitlatingen in een andere uitspraak.
De rechter heeft in haar reactie aangegeven niet te berusten in de wraking en benadrukt het landelijke uitgangspunt van 'één gezin, één rechter' in jeugd- en familiezaken. De wrakingskamer overweegt dat het gesloten stelsel van rechtsmiddelen meebrengt dat rechterlijke (tussen)beslissingen geen grond voor wraking kunnen vormen, tenzij bijzondere omstandigheden aanwezig zijn, welke hier niet zijn vastgesteld.
Verzoekers aanvullende toelichting na indiening van het wrakingsverzoek wordt niet betrokken omdat deze feiten en omstandigheden al bekend waren bij het verzoek. Ook het feit dat de rechter niets met een tijdens de zitting voorgelezen brief heeft gedaan, is geen grond voor wraking aangezien de behandeling na het wrakingsverzoek geschorst wordt.
De wrakingskamer concludeert dat er geen zwaarwegende aanwijzingen voor partijdigheid zijn en verklaart het wrakingsverzoek kennelijk ongegrond zonder zitting. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt kennelijk ongegrond verklaard en afgewezen.