Verzoekster heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen rechter S. ter Braak in een echtscheidingszaak, stellende dat de rechter onpartijdigheid en het beginsel van hoor en wederhoor heeft geschonden. Zij meende dat de rechter een voorkeur had voor de tegenpartij en onjuiste juridische stellingen klakkeloos overnam.
De wrakingskamer heeft het verzoek inhoudelijk beoordeeld en geoordeeld dat het verzoek tijdig was ingediend, mede gelet op de afwijzing van verzoekster om haar stellingen nader te mogen toelichten. De kamer stelde vast dat de aangevoerde gronden vooral procesonvrede betreffen en dat het gesloten stelsel van rechtsmiddelen niet toestaat dat motieven voor wraking worden gezocht in de inhoud van rechterlijke beslissingen.
Er zijn geen concrete feiten of omstandigheden aangevoerd die een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid rechtvaardigen. Ook de bejegening door de rechter tijdens de zitting bood geen aanleiding tot twijfel aan diens onpartijdigheid. De wrakingskamer concludeert daarom dat het wrakingsverzoek moet worden afgewezen.
De beslissing is op 15 augustus 2023 in het openbaar uitgesproken door de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank Oost-Brabant. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.