ECLI:NL:RBOBR:2023:723
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vastgestelde WOZ-waarde woning met agrarische bestemming
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de vastgestelde WOZ-waarde van haar twee-onder-één-kapwoning uit 1886 met een inhoud van 702 m3 en een perceel van 566 m2. De heffingsambtenaar had de waarde vastgesteld op €190.000 per 1 januari 2020, welke waarde ook in bezwaar was gehandhaafd.
De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar zijn bewijslast heeft voldaan door onder meer een onafhankelijk taxatierapport te overleggen waarin vier vergelijkingsobjecten zijn gebruikt. Deze vergelijkingsobjecten zijn voldoende vergelijkbaar met de woning, waarbij rekening is gehouden met verschillen in bouwjaar, inhoud, bijgebouwen en bestemming. De heffingsambtenaar heeft ook een correctie toegepast voor het afnemend grensnut en negatieve liggingsaspecten zoals ligging aan een drukke weg en spoorweg.
Eiseres heeft onvoldoende toetsbare en verifieerbare gegevens aangeleverd om haar lagere waarde van €156.000 te onderbouwen. De rechtbank kan de vastgestelde correcties van de taxateur niet op juistheid toetsen, maar vindt de toelichtingen begrijpelijk en sluit aan bij de gegevens in het dossier. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Partijen is gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep binnen zes weken na verzending van het proces-verbaal.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €190.000 wordt ongegrond verklaard.