ECLI:NL:RBOBR:2023:724
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vastgestelde WOZ-waarde woning in 's-Hertogenbosch
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van €312.000 voor haar woning in 's-Hertogenbosch, waardepeildatum 1 januari 2020. De heffingsambtenaar onderbouwde de waarde met een taxatierapport van een deskundige en gebruikte drie vergelijkingsobjecten die volgens de rechtbank voldoende vergelijkbaar waren.
Eiser stelde onder meer dat de maatvoering van de vergelijkingsobjecten onjuist was, maar deze beroepsgrond werd wegens strijd met de goede procesorde niet in behandeling genomen. Daarnaast voerde eiser aan dat onvoldoende rekening was gehouden met gedateerde voorzieningen, maar de rechtbank achtte de taxatie en de toelichting daarop begrijpelijk en aannemelijk.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar zijn bewijslast had voldaan en dat eiser onvoldoende toetsbare en verifieerbare gegevens had overgelegd om de vastgestelde waarde te betwisten. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Partijen is gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep binnen zes weken na verzending van het proces-verbaal.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €312.000 wordt ongegrond verklaard.