De rechtbank Oost-Brabant heeft verdachte schuldig bevonden aan meerdere feiten van mishandeling, bedreiging en wederrechtelijke vrijheidsberoving jegens drie partners, gepleegd tussen 2014 en 2022. De feiten omvatten onder meer het dichtknijpen van de keel, slaan, schoppen, bedreiging met een mes en het snijden met een mes in het been van een slachtoffer.
De bewijsvoering bestond uit aangiften van de slachtoffers, getuigenverklaringen, foto’s van letsel en medische rapportages. Verdachte ontkende deels de feiten, maar de rechtbank achtte de verklaringen van de slachtoffers en getuigen wettig en overtuigend bewezen, ook het gebruik van het mes werd bevestigd.
De rechtbank hield rekening met de ernst van de feiten, de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder een persoonlijkheidsstoornis, en zijn positieve ontwikkelingen zoals deelname aan therapie. De straf bestaat uit 180 dagen gevangenisstraf waarvan 160 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar, een taakstraf van 240 uur, en bijzondere voorwaarden zoals een locatie- en contactverbod.
Daarnaast werd verdachte veroordeeld tot schadevergoeding aan twee slachtoffers, met een totaalbedrag van ruim 3.500 euro aan materiële en immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente. De rechtbank legde ook een schadevergoedingsmaatregel op waarbij betaling aan de Staat en slachtoffers elkaar kunnen vervangen.
De uitspraak benadrukt de ernst van huiselijk geweld, de impact op slachtoffers en het belang van passende straf en begeleiding van de dader om herhaling te voorkomen.