ECLI:NL:RBOBR:2024:1224
Rechtbank Oost-Brabant
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen WOZ-waardering autobedrijf met HWK-methode
Eiser, gebruiker van een bedrijfsobject voor een autobedrijf, maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €190.000 voor het kalenderjaar 2022. De heffingsambtenaar handhaafde deze waarde na bezwaar. Eiser stelde beroep in bij de rechtbank Oost-Brabant.
De rechtbank stelde vast dat de heffingsambtenaar de waarde onderbouwde met een taxatierapport waarin de huurwaardekapitalisatiemethode werd toegepast. De huurwaarde was gebaseerd op een huurovereenkomst van mei 2023 en werd geïndexeerd naar de waardepeildatum. De kapitalisatiefactor was afgeleid van een verkooptransactie van vergelijkbare objecten in 2019, eveneens geïndexeerd.
Eiser stelde dat onvoldoende rekening was gehouden met de coronamaatregelen die zijn bedrijfsvoering hadden beïnvloed. De rechtbank oordeelde echter dat de heffingsambtenaar aannemelijk had gemaakt dat er geen specifieke maatregelen waren die de branche van eiser raakten en dat de vraag naar het type object op de waardepeildatum nog steeds hoog was. Ook werd gewezen op het verschil van €41.000 tussen de getaxeerde en vastgestelde waarde, waardoor het beroep ongegrond werd verklaard.
De rechtbank wees het beroep af en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid van hoger beroep binnen zes weken na verzending van het proces-verbaal.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waardering van het autobedrijf wordt ongegrond verklaard.