Uitspraak
[bedrijfsnaam verweerder],
Rechtbank Oost-Brabant
Verzoekster is op 27 januari 2021 in de manege van verweerder van een paard gevallen en heeft letsel opgelopen. Zij stelt verweerder aansprakelijk op grond van artikel 6:179 BW Pro, omdat het ongeval zou zijn veroorzaakt door de eigen energie van het paard. Verweerder betwist dit en voert aan dat het ongeval het gevolg is van een ruiterfout van verzoekster, die zonder toestemming op een wedstrijdpaard reed.
De rechtbank beoordeelt dat de afspraken tussen partijen over het berijden van de paarden en de precieze toedracht van het ongeval onduidelijk en onvoldoende onderbouwd zijn. De stellingen van partijen lopen sterk uiteen, waardoor de vraag of de schade door de eigen energie van het paard is veroorzaakt en de vraag naar eigen schuld van verzoekster niet in deze deelgeschilprocedure kunnen worden beantwoord.
Daarom wijst de rechtbank het verzoek van verzoekster af. De kosten van de deelgeschilprocedure worden begroot op € 2.764,25, maar verweerder wordt niet veroordeeld tot betaling omdat zijn aansprakelijkheid niet is vastgesteld. Het voorwaardelijk tegenverzoek van verweerder wordt niet behandeld omdat de voorwaarde niet is vervuld.
Uitkomst: Verzoek tot aansprakelijkheid wordt afgewezen wegens onduidelijke afspraken en onduidelijke toedracht van het ongeval.