Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
De formele voorvragen.
Bewijs.
Ten aanzien van alle feiten.
Ten aanzien van feiten 1 en 2 (met [medeverdachte 2] ).
waaronder haar borsten en vagina. Daarbij zijn ze alle drie bloot en [verdachte] en [medeverdachte 2] doen eventueel ook man-man handelingen. [verdachte] spreekt over de nauwe vagina van [slachtoffer] , waardoor opgepast moet worden met vingeren. Uit de berichten en de verklaring van [medeverdachte 2] volgt dat [verdachte] op 10 mei 2022 een foto van de blote borsten van [slachtoffer] naar [medeverdachte 2] stuurt. [medeverdachte 2] reageert hierop dat het heerlijke borsten zijn. Ook vraagt [verdachte] die dag of [medeverdachte 2] glijmiddel heeft, dat zou wel handig zijn omdat ze zo smal is en dat ze kunnen kijken wat eventueel past. Op 17 mei 2022 rond 9 uur ’s ochtends appt [verdachte] dat ze er zijn. Diezelfde dag rond 15 uur appt [verdachte] [medeverdachte 2] , bedankt hem voor de goede “verzorging” en zegt dat ze graag nog eens zouden komen. De rechtbank slaat acht op de aanhalingstekens die [verdachte] in dat bericht gebruikt. Dit lijkt te duiden op verzorging in seksuele zin van beiden, [verdachte] en [slachtoffer] . [verdachte] spreekt immers in een meervoudsvorm. De rechtbank constateert dat [verdachte] in een chatgesprek met een ander, te weten een persoon met de gebruikersnaam [gebruikersnaam] , op 17 mei 2022 rond half 1 ’s nachts aangeeft dat hij [slachtoffer] morgenochtend met een man gaat bewerken; een trio massage. De mannen gaan [slachtoffer] masseren en elkaar pijpen en trekken. De rechtbank begrijpt dat verdachte de ochtend van 17 mei 2022 bedoelt, gelet op het tijdstip waarop de berichten zijn verstuurd en de specifieke inhoud van het bericht over de trio-massage. In de avond en nacht van 17 op 18 mei 2022 chat [verdachte] wederom met [gebruikersnaam] , ook over wat er die dag gebeurd is. [verdachte] bevestigt in die chat desgevraagd dat het aardig gelukt is te doen wat ze wilden. Heerlijk volgens [verdachte] . Met [slachtoffer] is niet geneukt, ze is toch te smal en hij (de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 2] ) had een aardig dikke. Hij (de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 2] ) heeft [verdachte] wel gepijpt. [verdachte] bevestigt ter terechtzitting dat hij op 17 mei 2022 naakt was en erotisch is gemasseerd en afgetrokken. [verdachte] verklaart ook dat hij en [medeverdachte 2] beiden tot een hoogtepunt zijn gekomen.
Ten aanzien van feit 3 (met medeverdachte [medeverdachte 1] ).
Ten aanzien van feit 4 (met [medeverdachte 3] ).
Ten aanzien van feiten 5 en 6 (respectievelijk [betrokkene 1] en [betrokkene 2] ).
niettoe leiden dat het tot een begin van uitvoering komt van het misdrijf waarop die gedragingen waren gericht. Artikel 46a Sr stelt de gedraging strafbaar, wanneer gepoogd wordt een ander te bewegen tot het plegen van een misdrijf. Het enkele proberen een ander te bewegen tot een strafbaar feit is in dit geval dus al strafbaar. Uit de berichten die verdachte aan [betrokkene 1] (de hierboven reeds meermalen genoemde [gebruikersnaam] ) en [betrokkene 2] stuurde, blijkt dat verdachte de gesprekspartner seksuele handelingen met [slachtoffer] belooft en daarbij ook bereid is om gelegenheid en inlichtingen te verschaffen zoals het zoeken naar een ontmoetingsmoment dan wel de bereidheid van verdachte om in het vervoer van [betrokkene 2] tussen Nijmegen en Oss te voorzien.
De bewezenverklaring.
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
De strafbaarheid van het feit.
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van straf en maatregel.
De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] .
Beslag.
Toepasselijke wetsartikelen.
DE UITSPRAAK
gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel;
verbeurdverklaringvan de inbeslaggenomen goederen, te weten:
een maatregel van schadevergoeding van € 10.000,- subsidiair 85 dagen gijzeling.Legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer] , van een bedrag van € 10.000,-. De rechtbank bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 85 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op. Voormeld bedrag bestaat uit immateriële schade. De toegewezen schade te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 26 juli 2022 tot aan de dag der algehele voldoening;