Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
(aangetroffen [adres 2] ) en/of
zijnde amfetamine en/of MDMA en/of metamfetamine, (een) middel(len) als vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I (aangetroffen [adres 3] ) en/of
zijnde amfetamine en/of cocaïne en/of MDMA, (een) middel(len) als vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I (aangetroffen [adres 4] ) en/of
De formele voorvragen.
- vrijspraak vorderen voor het onder feit 3 ten laste gelegde;
- een bewezenverklaring vorderen voor het ten laste gelegde onder feit 1 en feit 2 met inachtneming van de gewijzigde tenlastelegging waarbij ten aanzien van feit 2 de ten laste gelegde periode is verkort;
- een gevangenisstraf vorderen voor de duur van 3 jaren met aftrek van het voorarrest;
- de verdachte in het kader van onderzoek 26Fareham niet voor andere feiten dan in de overeenkomst vastgesteld vervolgen;
- geen ontneming in het onderzoek 26Fareham vorderen;
- opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis bij einduitspraak vorderen.
- geen verweren voeren, geen onderzoekswensen indienen en reeds ingediende onderzoekswensen intrekken;
- afstand doen van de volgende in beslag genomen voorwerpen, te weten geldbedragen van € 6.030,- en € 8.600,-, een Renault Megane ( [kenteken 3] ), een Apple iPhone en een mes;
- zich niet aan de tenuitvoerlegging van de straf onttrekken en zich daarbij niet verzetten tegen de opheffing van de schorsing bij einduitspraak.
“die werd gevormd door verdachte en een of meer anderen, zoals beschreven in onderzoek 26Fareham”. Het Openbaar Ministerie en de verdediging hebben te kennen gegeven hiertegen geen bezwaar te hebben.
Vrijspraak ten aanzien van feit 3.
De door de rechtbank gebezigde bewijsmiddelen.
De bewezenverklaring.
De strafbaarheid van de feiten.
De strafbaarheid van de verdachte.
Oplegging van straf.
Toepasselijke wetsartikelen.
De uitspraak.
straf: