De rechtbank Oost-Brabant behandelde een verzoek van een betrokkene die schadevergoeding vorderde wegens overplaatsing binnen het kader van een zorgcarrousel onder de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz).
Betrokkene verbleef sinds december 2021 in verschillende instellingen en werd in januari 2023 overgeplaatst naar een instelling waar hij langer kon blijven vanwege goed functioneren. Na twee keer onttrekken aan de behandeling en terugval in drugsgebruik werd hij alsnog overgeplaatst naar een andere instelling om de behandeling weer vlot te trekken.
De klachtencommissie verklaarde de klacht tegen de overplaatsing ongegrond. De rechtbank oordeelde dat de overplaatsing niet automatisch was en dat rekening was gehouden met de belangen van betrokkene, waarbij proportionaliteit, subsidiariteit en doelmatigheid waren gewaarborgd.
Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen omdat de klacht ongegrond was verklaard en de overplaatsing noodzakelijk was voor de continuïteit van de zorg. Tegen deze beschikking staat cassatie open.