ECLI:NL:RBOBR:2024:1462
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken causaal verband bij oplichting via datingsite
De rechtbank Oost-Brabant behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van verduistering en oplichting via een datingsite. Verdachte zou zich valselijk hebben voorgedaan als vriend van het slachtoffer en geldbedragen hebben verkregen door middel van valse voorwendselen, waaronder het gebruik van een valse naam en het zich voordoen als minderjarige.
De officier van justitie vorderde vrijspraak voor verduistering maar stelde dat oplichting bewezen kon worden, met een gevangenisstraf en taakstraf als mogelijke straf. De verdediging betoogde dat het primair ten laste gelegde feit niet bewezen kon worden en dat het enkele gebruik van een valse naam geen samenweefsel van verdichtsels vormt, noch dat er een causaal verband was tussen de valse naam en het overmaken van geld.
De rechtbank oordeelde dat het bewijs onvoldoende was voor verduistering en sprak verdachte daarvan vrij. Ook voor oplichting werd vrijspraak uitgesproken omdat slechts sprake was van een enkele leugen en geen samenweefsel van verdichtsels. Bovendien ontbrak het causaal verband tussen het gebruik van de valse naam en het overmaken van geld door het slachtoffer. De vordering van het slachtoffer tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard en verdachte werd in de proceskosten vrijgesproken.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van verduistering en oplichting wegens onvoldoende bewijs en ontbreken van causaal verband.