ECLI:NL:RBOBR:2024:1572
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens gebrek aan wettig bewijs voor voorbereidingshandelingen en invoer cocaïne
De rechtbank Oost-Brabant behandelde de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van voorbereidingshandelingen voor de productie van synthetische drugs en betrokkenheid bij de invoer en het vervoer van cocaïne. De tenlastelegging betrof meerdere zendingen van precursoren uit Portugal en de invoer van cocaïne in een loods te Hoogerheide.
Hoewel de feiten een kwalijke reuk van drugscriminaliteit uitstralen en de verdachte in verband werden gebracht met cryptocommunicatie en eerdere veroordelingen, ontbrak het aan wettig bewijs. De rechtbank constateerde ernstige tekortkomingen in de bewijsvoering, zoals ontbrekende keten van bewaring, onduidelijkheid over de aard van de stoffen en onvoldoende concrete aanwijzingen dat verdachte betrokken was bij de cocaïne-invoer.
De rechtbank oordeelde dat de aanwijzingen onvoldoende waren om verdachte als medepleger aan te merken. De bewijslast werd niet gehaald om de tenlastegelegde feiten buiten redelijke twijfel vast te stellen. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens gebrek aan wettig bewijs voor voorbereidingshandelingen en invoer van cocaïne.