Uitspraak
RECHTBANK Oost-Brabant
1.De procedure
- de dagvaarding met producties 1 t/m 12
- de incidentele conclusie tot niet-ontvankelijkheid
- de incidentele conclusie van antwoord.
Rechtbank Oost-Brabant
Partijen zijn ex-echtgenoten die in gemeenschap van goederen waren gehuwd. Na hun echtscheiding in 2014 is door de rechtbank bepaald dat zij hun nog niet verdeelde vermogensbestanddelen onder leiding van een notaris moesten verdelen. De man vordert nu in de hoofdzaak dat de rechtbank deze verdeling vaststelt en diverse bedragen aan de vrouw toewijst.
De vrouw verzet zich in een incidenteel incident en vordert primair dat de man niet-ontvankelijk wordt verklaard, omdat partijen eerst de notariële verdeling moeten nastreven zoals bij beschikking bepaald. De man voert verweer dat partijen nooit de intentie hadden om via een notaris te verdelen en dat het niet verplicht is om eerst deze route te volgen.
De rechtbank oordeelt dat partijen zich inderdaad eerst bij de notaris moeten melden om te trachten tot een verdeling te komen, zoals bepaald in artikel 677 Rv Pro en de beschikking van 2014. Pas als de notaris vastloopt, kan de rechter ingrijpen. Daarom wordt de man niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering. De proceskosten worden tussen partijen gecompenseerd zodat ieder zijn eigen kosten draagt.
Uitkomst: Man wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering tot verdeling van vermogensbestanddelen omdat eerst de notariële verdeling moet worden nagestreefd.