Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1
2
1.Inleiding
overleden op 8 mei
2.De standpunten
3.De bewijsmiddelen.
4.Het oordeel van de rechtbank
17 juni 2022 en 1 maart 2024. Uit het meest recente rapport blijkt dat verdachte zich sinds zijn schorsing van de voorlopige hechtenis aan alle voorwaarden heeft gehouden, Verdachte heeft de training Tools4U afgerond en hij is de afspraken met de jeugdreclassering in voldoende mate nagekomen, met dien verstande dat hij de laatste periode gemakzuchtiger met de afspraken leek om te gaan. De reclassering beschouwt het positief dat betrokkene meewerkt aan Top Groep met als doel om opnieuw een dagbesteding te vinden en te behouden en dat hij in dat verband de ondersteuning van een jobcoach aanvaart. De reclassering benoemt de leefgebieden dagbesteding, financiën en mogelijk zijn sociaal netwerk en psychosociaal functioneren als criminogene factoren, echter door de zwijgende proceshouding van verdachte (ten tijde van het opmaken van het rapport) heeft de reclassering geen (in)directe verbanden tussen het delictgedrag en de diverse leefgebieden kunnen vastleggen. Het recidiverisico wordt dan ook als hoog ingeschat. Volgens de reclassering lijkt verdachte jonger te functioneren en lijkt hij nog enigszins positief beïnvloedbaar door volwassenen. Echter, tegelijkertijd is voor de reclassering onbekend op welk intelligentieniveau verdachte functioneert en heeft de reclassering geen zicht op zijn rol gekregen ten aanzien van de beschuldigingen. De reclassering houdt er rekening mee dat verdachte in de pleegperiode mogelijk beïnvloedbaarder was dan nu het geval lijkt. De reclassering ziet geen contra-indicaties ten aanzien van toepassing van het jeugdstrafrecht met de kanttekening dat ze vanwege de proceshouding van verdachte ook geen gedegen inschatting hebben kunnen maken. De reclassering adviseert naast toepassing van het jeugdstrafrecht om bij een (deels) voorwaardelijke straf de bijzondere voorwaarden begeleiding door de jeugdreclassering, een ambulante behandeling, het vinden van dagbesteding en het meewerken aan schulphulpverlening op te leggen.