ECLI:NL:RBOBR:2024:2099
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling legesaanslag voor omgevingsvergunning legalisatie woonwagen
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning voor de legalisatie van een woonwagen op een perceel in Eindhoven. De heffingsambtenaar heeft daarop een legesaanslag opgelegd van €5.983, waarvan een groot deel betrekking heeft op de bouwactiviteit en planologisch strijdig gebruik.
Eiser betoogt primair dat hij geen leges verschuldigd is omdat er al een woonvergunning uit 1984 zou zijn verleend en dat legalisatie niet nodig is. De rechtbank oordeelt dat zij niet kan beoordelen of een vergunning al dan niet nodig was, maar dat de leges terecht zijn geheven omdat de aanvraag is ingediend en in behandeling is genomen.
Subsidiair voert eiser aan dat het onredelijk is leges te vorderen omdat hij zich gedwongen voelde de aanvraag te doen vanwege een last onder dwangsom. De rechtbank oordeelt dat eiser een afgewogen keuze heeft gemaakt en dat dit risico voor zijn rekening komt.
Ten slotte stelt eiser dat de hoogte van de leges onjuist is, omdat eerdere vergunningen al leges dekken en er geen sprake is van bestemmingsplanafwijking. De rechtbank stelt vast dat de eerdere vergunningen niet op de woonwagen betrekking hebben, dat de bouwkosten juist zijn vastgesteld volgens de referentielijst en dat de leges voor planologisch strijdig gebruik en aanvullende gegevens terecht zijn geheven.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, waardoor eiser de leges moet betalen en geen proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: Het beroep tegen de legesaanslag voor de omgevingsvergunning wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft gehandhaafd.