Eiser heeft bij het college een verzoek ingediend op grond van de Wet open overheid (Woo) om informatie over het functioneren en de beëindiging van de inhuur van een jurist die twintig jaar voor de gemeente werkte. Het college weigerde aanvankelijk het verzoek, maar verklaarde het bezwaar van eiser later gegrond en verstrekte enkele facturen. De rechtbank oordeelt dat het college onvoldoende en onzorgvuldig heeft gereageerd op het verzoek en dat de zoekslag naar documenten niet volledig en onvoldoende inzichtelijk was.
De rechtbank stelt vast dat het college ten onrechte heeft aangenomen dat er geen documenten zijn over het beëindigen van het inhuurverband, terwijl dit niet aannemelijk is gezien de langdurige en omvangrijke inhuurrelatie. Ook is onvoldoende gemotiveerd en is de zoekslag niet zorgvuldig uitgevoerd, onder meer doordat niet is gezocht in appjes en sms-berichten en niet is vermeld welke functionarissen zijn geraadpleegd.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt het college op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen dat voldoet aan de wettelijke eisen. Het college moet ook het griffierecht aan eiser vergoeden. De uitspraak is openbaar en partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.