Een minderjarige heeft de rechtbank verzocht om haar hoofdverblijf bij haar vader vast te stellen, de zorgregeling te wijzigen en eenhoofdig gezag aan de vader toe te kennen. De ouders zijn gescheiden en hebben gezamenlijk gezag. De minderjarige woont bij haar vader en heeft al ruim een jaar weinig contact met haar moeder, waarbij zij zich onveilig voelt bij de moeder en haar paniekaanvallen en depressies heeft ervaren die nu zijn gestopt.
De rechtbank heeft gesprekken gevoerd met de minderjarige, haar ouders en de raad voor de kinderbescherming. De ouders geven aan de problemen in het gezin te willen oplossen en hechten aan het welzijn van hun kinderen. De rechtbank besluit de beslissing over het verzoek pro forma aan te houden en verwijst de ouders naar mediation om te proberen tot afspraken te komen over het contact en de zorg voor de kinderen.
De mediation kan enkele maanden duren en de ouders dienen uiterlijk 13 augustus 2024 te rapporteren over de voortgang. De rechtbank zal daarna beslissen of een nieuwe zitting nodig is of dat direct een uitspraak volgt. De beschikking is in kindvriendelijke taal opgesteld en bevat een brief aan de minderjarige waarin de situatie en het vervolg worden uitgelegd.