Woonbedrijf vordert in kort geding de ontruiming van een sociale huurwoning vanwege een geweldsincident waarbij huurders betrokken waren. Het incident vond plaats op 5 maart 2024 en betrof een conflict tussen huurders en werklieden die werkzaamheden uitvoerden in de straat. Woonbedrijf stelt dat de huurders tekort zijn geschoten in hun verplichtingen en dat hun gedrag een onveilige situatie veroorzaakt voor omwonenden en medewerkers.
De huurders betwisten de ernst van het incident en voeren aan dat het een eenmalige gebeurtenis betreft, buiten het gehuurde, zonder voortdurende overlast of gevaar. Zij wijzen erop dat zij al 25 jaar probleemloos in de woning wonen en dat de vordering voortijdig is en de strafrechtelijke procedure doorkruist.
De rechtbank oordeelt dat ontruiming een zwaar ingrijpende maatregel is die terughoudend moet worden toegepast. Woonbedrijf heeft onvoldoende spoedeisend belang aangetoond omdat er geen sprake is van een voortdurende onrechtmatige situatie. Het geweldsincident is eenmalig en er is geen aannemelijk gevaar voor omwonenden. Ook is onvoldoende onderbouwd dat noodzakelijke werkzaamheden niet kunnen worden uitgevoerd zolang de huurders in de woning verblijven.
Daarom wijst de rechtbank de vordering tot ontruiming af en veroordeelt Woonbedrijf in de proceskosten. De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldige belangenafweging en het respecteren van huurbescherming bij ingrijpende maatregelen.