ECLI:NL:RBOBR:2024:3063
Rechtbank Oost-Brabant
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vastgestelde WOZ-waarde van woning met vergelijkingsmethode
Eiser is eigenaar van een twee-onder-een-kapwoning uit 1978 en betwist de vastgestelde WOZ-waarde van €325.000 per 1 januari 2021. De heffingsambtenaar handhaafde deze waarde na bezwaar en onderbouwde dit met een taxatierapport en drie vergelijkingsobjecten in dezelfde woonplaats.
De rechtbank oordeelt dat de vergelijkingsobjecten voldoende vergelijkbaar zijn en dat de heffingsambtenaar de waarderelevante verschillen, zoals bouwjaar, gebruiksoppervlakte en bijgebouwen, adequaat heeft gecorrigeerd. De toegepaste indexering is onderbouwd met marktgegevens en wordt niet betwist door eiser.
Eiser stelde dat onvoldoende rekening is gehouden met isolatie en de staat van een vergelijkingsobject, maar de rechtbank volgt de heffingsambtenaar dat isolatie inherent is aan het bouwjaar en dat de betwisting van de staat van het vergelijkingsobject te laat is ingebracht. De correctie voor oppervlakteverschil is consistent en redelijk.
Eiser heeft geen overtuigend alternatief bewijs geleverd en klaagt zonder grond over de informatieverstrekking in bezwaar. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst proceskosten af. Partijen kunnen binnen zes weken na verzending van het proces-verbaal hoger beroep instellen.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard.