Op 27 juni 2023 werd een beroving gepleegd waarbij het slachtoffer onder bedreiging van een vuurwapen geld werd afgenomen. Verdachte werd ervan beschuldigd samen met een medeverdachte deze beroving te hebben gepleegd. Verdachte ontkende iedere betrokkenheid en voerde een alibi aan dat hij thuis in bed lag te slapen tijdens de beroving. Ter zitting werd een set screenshots van Snapchat-chatgesprekken overgelegd waaruit bleek dat verdachte zijn telefoon aan een ander had uitgeleend, die de beroving zou plegen.
De rechtbank oordeelde dat het dossier geen direct bewijs bevatte voor de betrokkenheid van verdachte bij de beroving. Hoewel er aanwijzingen waren, zoals de vondst van een nepvuurwapen in zijn slaapkamer en telefoonmasten die zijn aanwezigheid nabij de plaats van het delict suggereerden, achtte de rechtbank het alibi niet onaannemelijk vanwege de chatberichten. Hierdoor ontstond twijfel over het daderschap, wat in het voordeel van verdachte uitviel, resulterend in vrijspraak voor het berovingsfeit.
Ten aanzien van het tweede feit, het bezit van een nepvuurwapen op 28 juni 2023, achtte de rechtbank verdachte wettig en overtuigend schuldig. Gezien de ernst van het bezit van een dergelijk wapen en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, legde de rechtbank een werkstraf van 6 uren op, met aftrek van voorarrest. De rechtbank sprak de verdachte vrij van het berovingsfeit en veroordeelde hem voor het bezit van het nepvuurwapen.