ECLI:NL:RBOBR:2024:3237
Rechtbank Oost-Brabant
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek minderjarige om bij vader te wonen wegens noodzaak zorgvuldige begeleiding
De minderjarige heeft een verzoek ingediend bij de rechtbank om bij haar vader te mogen wonen. Sinds 2014 is de Stichting Jeugdbescherming Brabant als voogd benoemd en hebben de ouders geen gezag meer. De minderjarige verbleef jarenlang bij een pleeggezin, maar is sinds april 2024 opgenomen in een behandelgroep van Stichting Oosterpoort. De minderjarige onderhoudt contact met haar vader, dat goed verloopt.
De rechtbank heeft gesprekken gevoerd met de minderjarige, haar vader, jeugdbeschermers en betrokken instanties. De vader en jeugdbeschermers erkennen de wens van de minderjarige en werken samen om te onderzoeken of wonen bij de vader mogelijk is, mits met adequate hulpverlening.
De rechter oordeelt dat het verzoek nu nog niet kan worden ingewilligd omdat het proces van zorgvuldige beoordeling en het inschakelen van passende hulpverlening tijd vergt. De afwijzing betekent niet dat wonen bij de vader in de toekomst uitgesloten is. De rechtbank heeft haar beslissing schriftelijk aan de minderjarige toegelicht en wijst het verzoek formeel af.
Uitkomst: Het verzoek van de minderjarige om bij haar vader te wonen wordt afgewezen vanwege de noodzaak van zorgvuldige beoordeling en passende hulpverlening.