ECLI:NL:RBOBR:2024:326
Rechtbank Oost-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens ontbreken spoedeisend belang bij WIA-uitkering
Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen de wijziging van haar WIA-dagloon door het UWV, waarbij haar uitkering per 1 april 2023 werd verlaagd. Het UWV stelde dat het dagloon te hoog was vastgesteld en paste dit aan. Verzoekster maakte bezwaar en stelde beroep in tegen het besluit.
De voorzieningenrechter beoordeelde of er sprake was van een spoedeisend belang, dat wil zeggen een acute financiële noodsituatie zoals dreigend faillissement of huisuitzetting. Hoewel verzoekster stelde dat haar uitkering met €250 netto per maand was gedaald, wat een aanzienlijk bedrag is, bracht zij geen bewijsstukken aan die een dergelijke noodsituatie aannemelijk maken.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het verzoek niet spoedeisend was en dat het besluit niet evident onrechtmatig was. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Partijen hoeven niet op een zitting te verschijnen en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken spoedeisend belang en geen evident onrechtmatig besluit.