Uitspraak
1.De procedure
- de aantekeningen van het mondelinge antwoord van 23 maart 2023;
- de brief (akte) van [gedaagde] B.V. met producties van 6 juni 2024.
Rechtbank Oost-Brabant
Hoist Finance AB, rechtsopvolger van Essent Retail Energie B.V., vordert betaling van een onbetaald energievorschot van €566,42 voor augustus 2019 van [gedaagde] B.V. Deze stelt dat zij niet de contractpartij is voor het energiecontract betreffende het leveringsadres [adres A], maar dat de eigenaar van de B.V. het contract privé heeft afgesloten.
De rechtbank stelt vast dat er geen schriftelijke overeenkomst is overgelegd en dat Hoist geen bewijs heeft geleverd dat het contract met [gedaagde] is gesloten. Correspondentie is gericht aan het adres van [gedaagde] op [adres B], terwijl het energiecontract betrekking heeft op [adres A], een privé-adres van de eigenaar. Ook is niet vastgesteld dat [gedaagde] op het leveringsadres stond ingeschreven.
Gezien het ontbreken van bewijs dat [gedaagde] de contractuele wederpartij is, wijst de rechtbank de vordering van Hoist af. De eigenaar kan mogelijk privé aansprakelijk zijn. Hoist wordt veroordeeld in de proceskosten, terwijl de kosten voor [gedaagde] nihil worden vastgesteld omdat zij geen griffierecht verschuldigd is en zich niet door een advocaat liet bijstaan.
Uitkomst: De vordering tot betaling van het energievorschot wordt afgewezen wegens ontbreken van bewijs dat [gedaagde] contractpartij is.