De curator van [curandus], die in een verzorgingshuis verblijft, is een civiele procedure gestart tegen de voormalige echtgenote van [A], genaamd [gedaagde], wegens onrechtmatige handelingen en onverschuldigde betalingen uit het vermogen van [curandus]. De curator vordert betaling van € 47.043,08 van [gedaagde].
In het incident vordert de curator voeging van deze zaak met een andere procedure tegen [A], welke door de rechtbank wordt toegewezen. [gedaagde] verzoekt tevens om een voorlopig getuigenverhoor om te bewijzen dat [curandus] akkoord was met de betalingen, maar dit verzoek wordt door de rechtbank afgewezen omdat het bewijsaanbod prematuur is.
De proceskosten van het incident worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt, behalve dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten van het getuigenverhoorincident. De zaak wordt verwezen voor verdere behandeling en de rechtbank houdt verdere beslissingen aan.