Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht om een opvolgende rechterlijke machtiging voor de voortzetting van het verblijf van betrokkene, die lijdt aan uitgebreide neurocognitieve stoornissen als gevolg van langdurig alcoholgebruik en zelfverwaarlozing, op een gespecialiseerde Korsakov afdeling. Betrokkene verzet zich niet tegen opname en verblijf zelf, maar wel tegen verschillende onderdelen van de zorgverlening.
Tijdens de mondelinge behandeling werden betrokkene, een arts en een verpleegkundige gehoord. Uit de medische verklaring en verklaringen bleek dat betrokkene ernstig lichamelijk letsel, psychische schade, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang riskeert zonder passende zorg. De verpleegkundige gaf aan dat betrokkene hulp nodig heeft bij dagbesteding, hygiëne en zelfzorg, en zich regelmatig verzet tegen verzorgingsmomenten, wat soms dwangmaatregelen noodzakelijk maakt.
De rechtbank oordeelde dat de voortzetting van het verblijf noodzakelijk en geschikt is om ernstig nadeel te voorkomen. Hoewel betrokkene vrijwillig verblijft, leidt het verzet tegen zorgmomenten ertoe dat de zorg feitelijk niet cliëntgericht kan worden geleverd, waardoor de voortzetting van het verblijf als onvrijwillig wordt beschouwd en een rechterlijke machtiging vereist is.
De rechtbank verleent de opvolgende machtiging voor de duur van één jaar tot en met 19 juli 2025, waarna de situatie opnieuw zal worden geëvalueerd. Tegen deze beschikking staat cassatie open.