Eiseres verzocht op grond van de Wet open overheid (Woo) om openbaarmaking van verslagen van het Veiligheidsberaad uit de periode januari tot juli 2021. Het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV) weigerde dit verzoek integraal met het argument dat de verslagen persoonlijke beleidsopvattingen bevatten en het goede functioneren van de overheid in het geding zou zijn.
De rechtbank oordeelt dat in de verslagen feitelijke informatie aanwezig is die niet zodanig verweven is met persoonlijke beleidsopvattingen dat integrale weigering gerechtvaardigd is. Passages zoals presentielijsten en delen van het welkomstwoord bevatten louter feitelijke gegevens die openbaar gemaakt kunnen worden zonder het functioneren van de overheid te schaden.
De rechtbank wijst het standpunt van het NIPV af dat openbaarmaking onwenselijk is vanwege de korte verstreken tijd sinds de vergaderingen en het vermeende onleesbaar worden van documenten bij gedeeltelijke openbaarmaking. Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit van 30 januari 2023 vernietigd en het NIPV opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Het griffierecht wordt aan eiseres vergoed.