Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
De bewijsvraag.
Ten aanzien van feit 2 refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank.
Rechtbank Oost-Brabant
Op 3 juli 2022 vond op de Rijksweg A58 bij Oirschot een verkeersongeval plaats waarbij verdachte betrokken was als bestuurder van een personenauto. Verdachte stuurde van de middelste naar de rechterrijstrook terwijl daar een ander voertuig reed, wat leidde tot een botsing met zwaar letsel voor het slachtoffer. Verdachte stopte kort, bekeek de schade, maar vertrok zonder zijn identiteit te geven.
De officier van justitie beschuldigde verdachte van roekeloos rijgedrag en doorrijden na een ongeval. De rechtbank oordeelde dat het roekeloos rijgedrag niet wettig en overtuigend bewezen kon worden, omdat sprake was van een enkele verkeersfout die niet aanmerkelijk onvoorzichtig was. Wel werd bewezen verklaard dat verdachte doorreed na het ongeval terwijl hij moest vermoeden dat er letsel en schade was.
De rechtbank legde een taakstraf van 60 uur op, subsidiair 30 dagen hechtenis, en een rijontzegging van drie maanden. Daarbij werd rekening gehouden met het ernstige letsel van het slachtoffer, het niet melden van identiteit door verdachte, zijn blanco strafblad, de tijd sinds het ongeval en zijn psychische toestand na het incident.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van roekeloos rijgedrag en veroordeeld voor doorrijden na ongeval met taakstraf en rijontzegging.