Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
Parketnummer vordering: 01-101451-23
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
De vordering na voorwaardelijke veroordeling.
De formele voorvragen.
Bewijs
Ik pakte de jongen van achter vast en ik voelde met mijn hand bij zijn broeksband. Ik voelde dat het voorwerp voelde als een vuurwapen. Ik voelde ook dat het zwaar was.
getint, kort donker haar, licht blauwe spijkerbroek, groenig jas
ong 1.65 mter, ong 20-25 jaar oud, slank postuur
Bovenstaande betreft de jongen met het vuurwapen. Hij was de eerste verdachte die werd aangehouden in dit incident.
Ik hoorde van mijn collega's dat er een vuurwapen was aangetroffen in het café. Collega's hadden het vuurwapen naar boven gebracht. Ik zag het vuurwapen liggen, ik herkende het handvat als zijnde het handvat wat ik bij de jongen in zijn broeksband had zien zitten.
Vermoedelijk is het vuurwapen toen ik de jongen naar buiten trok gevallen.
U houdt mij voor dat ik in mijn aangifte heb verklaard dat ik de jongen van achteren
vastpakte, voelde met mijn hand bij de broeksband en dat ik voelde dat het voorwerp voelde
als een vuurwapen en dat het zwaar was.
Ja. U vraagt mij of ik het voorwerp dus heb aangeraakt.
Ik liep door de zaak heen en ik zag terwijl er een hele boel jongens om hem heen stonden dat hij zijn T-shirt omhoog deed en toen zag ik dat er sprake was van een wapen, ik zag dat
hoekje, ik weet niet hoe dat heet, en ik zag de vorm van een vuurwapen. Ik zag ook het
ringetje. Toen ben ik dichterbij gegaan. Toen heb ik mijn handen voor hem gehouden en toen voelde ik de hele vorm van het vuurwapen. Toen heb ik vast gepakt en ik heb via de porto ‘vuurwapen’ geroepen.
U vraagt mij of ik het voorwerp ook zo heb aangeraakt of vastgehad dat ik het gewicht kon
voelen.
Ja. Toen ik met mijn hand tussen zijn kruis ging, heb ik het vastgehouden. Ik voelde echt het
dat het geen plastic of iets dergelijks was.
Op uw vraag of de plek waar die jongen zijn kleding omhoog deed dus ongeveer dezelfde
plek is als waar ik hem aan zijn broeksband voelde zeg ik ja.
Camera met zicht op terras:
Om 3.57.21 zag ik dat de politieagenten geknield op de grond zaten en een verdachte aanhielden.
Ik herkende persoon 1 als [verdachte] . Ik herkende persoon 2 als [persoon] .
Later is er door een collega van mij ook een vuurwapen aangetroffen.
vuurwapen: goednummer PL2100-2024078951-2193135
munitie: goednummer PL2100-2024078951-2193143
Ik zag dat dit voorwerp een semi-automatisch, double-action, centraalvuur pistool was van
het merk Russirus, model 217, oorspronkelijk kaliber 9 millimeter P.A.K (Pistole Automatik
Knall), omgebouwd naar scherp schietend kaliber 9x19 millimeter, ongenummerd.
Ik zag dat dit pistool niet was voorzien van een merk- of modelaanduiding doch de
afmetingen en uitwendige karakteristieke eigenschappen had van bovengenoemd pistool.
Ik zag dat dit pistool was voorzien van een blank metalen loop, zwart metalen slede en
zwarte kunststof kast en handgreep.
Ik zag dat dit pistool niet was voorzien van enige aanduiding.
Van origine is dit een gas- of alarmpistool, voorzien van een geheel of gedeeltelijk
gesperde loop waardoor geen scherpe kogelpatronen kunnen worden afgeschoten.
Ik zag dat dit pistool was voorzien van een geheel open loop, voorzien van trekken en
velden, met een lengte van ongeveer 112 millimeter en een diameter van ongeveer 9
millimeter.
Ik zag dat dit pistool geschikt was om centraalvuur kogelpatronen van het kaliber 9xl9
millimeter in de kamer te laden.
Ik zag dat dit pistool was voorzien van een leeg patroonmagazijn met ligplaats voor kogelpatronen van het kaliber 9x19 millimeter.
Ik zag dat dit pistool mechanisch naar behoren functioneerde en was voorzien van een
werkende slede, trekker, hamer en slagpin.
Op 16 april 2024 werd met dit pistool geschoten ten behoeve van het Integrated Ballistics
Identification System (IBIS) waarbij gebruik werd gemaakt van IBIS referentiemunitie van
het kaliber 9xl9 millimeter.
Tijdens het proefschieten traden geen storingen op, het wapen functioneerde naar behoren.
De werking van het pistool berust op het teweegbrengen van een scheikundige ontploffing.
Derhalve is dit pistool een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder Pro 3 gelet op artikel 2
lid 1 categorie III onder 1 van de Wet Wapens en Munitie.
Het vuurwapen valt niet onder categorie II sub 2, 3 of 6 van de Wet Wapens en Munitie.
Het onbevoegd voorhanden hebben van een wapen van genoemde categorie is een overtreding van artikel 26 lid Pro 1, als misdrijf strafbaar gesteld in artikel 55 lid 3 onder Pro a van de Wet Wapens en Munitie.
Patronen uit patroonmagazijn (BVH 2193143):Ik zag dat dit 12 centraalvuur kogelpatronen waren van het kaliber 9 millimeter Luger(9x19 millimeter), volgens proces-verbaal van bevindingen PL2100-2024078951-5 enkennisgeving van inbeslagneming PL2100-2024078951-7 afkomstig uit bovengenoemdpatroonmagazijn.Ik zag dat deze patronen niet waren genummerd zodat niet was na te gaan in welke volgordedeze in het patroonmagazijn aanwezig waren.Ik zag dat 4 van deze patronen waren voorzien van deelmantel kogels.Ik zag dat 8 van deze patronen waren voorzien van hollowpoint kogels, voorzien van eenmantel met een holte aan de voorkant.Die kogel zal bij het treffen vergroten van diameter doordat de kern snel opstuikt door deopening van de mantel heen.Door deze diametervergroting zal alle energie aan het doel worden afgegeven en zwareverwondingen veroorzaken.Ik zag dat deze patronen kennelijk ongebruikt en geheel intact waren, voorzien van nietingeslagen slaghoedjes.Ik zag dat deze patronen waren voorzien van een bodemstempel met de kaliberaanduiding "9mm LUGER", alsmede "CBC", zijnde de aanduiding van munitieproducent Companhia Brasileira de Cartuchos, gezien het V teken op de slaghoedjes geproduceerd voor Magtech Ammunition.Na het ontladen van 2 van de patronen zag ik dat deze waren voorzien van kruitlading.Dit is munitie in de zin van artikel 1 onder Pro 4, gelet op artikel 2 lid 2 categorie Pro III vande Wet Wapens en Munitie.Deze munitie is geschikt om te worden afgeschoten in bovengenoemd pistool.Het onbevoegd voorhanden hebben van munitie van genoemde categorie is een overtreding van artikel 26 lid Pro 1, als misdrijf strafbaar gesteld in artikel 55 lid 1 van Pro de Wet Wapens enMunitie.
De betrouwbaarheid van de verklaringen van [getuige 1] .
Conclusie.
De bewezenverklaring.
De strafbaarheid van het feit.
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van straf en/of maatregel.
Voor het overige heeft de raadsman zich niet uitgelaten over een eventueel op te leggen straf.