Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.De procedure
- de dagvaarding van 19 april 2024 met producties, genummerd 1 tot en met 9;
- de brief van mr. Yilmaz van 17 mei 2024, houdende een incidentele conclusie tot tussenkomst, althans voeging;
- de brief van mr. Smid van 21 mei 2024, houdende een conclusie van antwoord met de producties 1, 2 en 2a;
- de mondelinge behandeling ter zitting van 23 mei 2024;
- de pleitnota van mr. De Wijs;
- de pleitnota van mr. Yilmaz;
2.De feiten
- perceel I: Apple apparatuur;
- perceel II: Chromebooks en Windows.
3.Het geschil
- i) Pro Warehouse niet-ontvankelijk te verklaren in haar vorderingen, althans de vorderingen van Pro Warehouse af te wijzen;
- ii) Onder de voorwaarde dat de voorzieningenrechter zulks noodzakelijk acht voor toelating van ARP als tussenkomende partij: Digidact te gebieden om de gunningsbeslissing van 28 maart 2024 voor de opdracht aan ARP te handhaven en -voor zover Digidact deze nog wenst te vergeven- hieraan uitvoering te geven;
- iii) Pro Warehouse te veroordelen in de proceskosten, waaronder de nakosten, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten.
4.De beoordeling
In de hoofdzaak
(“In eerste instantie zullen de leden van de beoordelingscommissie de inschrijvingen individueel beoordelen, waarbij de leden geen inzicht hebben in de geoffreerde prijzen. Zij lezen alle casusuitwerkingen door en op basis van voortschrijdend inzicht (iteratief proces) zullen zij vervolgens de casusuitwerkingen beoordelen volgens de beoordelingsmatrix”)moet zelfs in het geval dat een absolute beoordelingsmethodiek wordt gehanteerd het enkel opnemen van de scores, gelet op de hiervoor aangehaalde ratio van artikel 2.130 Aw, als onvoldoende worden gezien. Een aanbesteder behoort in haar gunningsbeslissing de relevante voordelen van de winnende inschrijver zo concreet mogelijk te onderbouwen [2] . Dat heeft Digidact niet gedaan.
1.107,00