Op 7 mei 2024 heeft verdachte in een winkel te Eindhoven twee kledingstukken ter waarde van €1090,- in zijn rugzak gestopt zonder deze af te rekenen. Camerabeelden tonen dat verdachte de goederen bewust heeft weggenomen met het oogmerk zich deze wederrechtelijk toe te eigenen. Verdachte stelde dat hij de kleding wilde kopen voor zijn broer en de spullen in zijn rugzak stopte om zijn handen vrij te hebben, maar dit verweer werd door de rechtbank als onaannemelijk verworpen, mede gezien zijn financiële situatie en eerdere veroordelingen.
De rechtbank achtte het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen. Verdachte is veelvuldig veroordeeld voor soortgelijke vermogensdelicten en liep ten tijde van het feit nog in proeftijd. De reclassering adviseerde een onvoorwaardelijke ISD-maatregel vanwege de hoge kans op recidive en het onttrekken aan toezicht.
De rechtbank concludeerde dat aan de wettelijke voorwaarden voor oplegging van de ISD-maatregel was voldaan en legde verdachte de maatregel voor de maximale duur van twee jaar op. Een voorwaardelijke straf of maatregel werd afgewezen omdat eerdere kansen tot gedragsverandering niet zijn benut en verdachte niet in staat wordt geacht zich aan afspraken te houden.
De tijd in voorlopige hechtenis wordt niet in mindering gebracht op de duur van de ISD-maatregel. Het vonnis is gewezen door drie rechters en uitgesproken op 23 augustus 2024.