Uitspraak
RECHTBANK Oost-Brabant
1.Inleiding
2.De procedure
- de akte van [eiser] ,
- de conclusie na enquête van [gedaagde] .
3.De verdere beoordeling
causaal verbandis tussen de onrechtmatige daad (het te laat melden van de vibrio besmetting) en de gestelde schade. Dat volgt uit artikel 6:162 BW Pro, dat bepaalt dat voor vergoeding in aanmerking komt de schade die
het gevolg isvan de onrechtmatige daad. Het gaat hier (de fase van vestiging van de aansprakelijkheid) om causaal verband in de zin van het conditio sine qua non verband: de schade moet (mede) het gevolg zijn van de onrechtmatige daad. Dit betekent dat alleen schade voor vergoeding in aanmerking komt die niet zou zijn ontstaan als de onrechtmatige daad niet zou zijn gepleegd. Om te bepalen of dit het geval is moet een vergelijking worden gemaakt van de toestand zoals die in werkelijkheid is (waarbij de onrechtmatige daad is gepleegd, namelijk het laat melden van de vibrio besmetting) met de toestand zoals die (vermoedelijk) zou zijn geweest als de onrechtmatige daad niet had plaatsgevonden (en de vibrio tijdig gemeld zou zijn) en in het ene geval moet de schade er zijn en in het andere geval niet.
het gevolgis van de late mededeling van de vibrio besmetting. De schade (het bedrag van € 239.369,42) is blijkens de toelichting van [eiser] immers veroorzaakt door de besmetting en de besmetting zou volgens [eiser] immers (mede) zijn veroorzaakt door de late mededeling van de vibrio besmetting (de onrechtmatige daad).
het ontnemen van de kansdat [eiser] de besmetting had weten te voorkomen / de schade had weten te beperken.
extrakosten heeft gehad. Deze stelling is echter verder niet onderbouwd, zodat daaraan voorbij wordt gegaan. Het voorstel van [eiser] (in randnummer 8. van zijn akte na tussenvonnis) om dit in een later stadium van de procedure uit te werken wordt gepasseerd, omdat hij, met de dagvaarding, de mondelinge behandeling en de aktes na tussenvonnis, al ruim de gelegenheid heeft gehad om zijn stellingen uit te werken.