Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOBR:2024:4138

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
3 september 2024
Publicatiedatum
3 september 2024
Zaaknummer
24/3062 BESLISSING
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 AwbMarktverordening gemeente ’s-Hertogenbosch 2021Art. 10 Dienstenrichtlijn
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wijziging standplaats woensdagmarkt Den Bosch

Op 4 juli 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van ’s-Hertogenbosch besloten de vergunning van verzoekster te wijzigen vanwege een nieuwe marktopstelling, met ingang van 28 augustus 2024.

Verzoekster maakte bezwaar tegen dit besluit en vroeg op 23 augustus 2024 om een voorlopige voorziening om de inwerkingtreding van het besluit op te schorten totdat op het bezwaar was beslist. De voorzieningenrechter stelde de behandeling van dit verzoek op 18 september 2024.

Verzoekster vroeg vervolgens om een ordemaatregel voorafgaand aan deze zitting om nadelige financiële gevolgen te voorkomen. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat er geen sprake was van een acute en onomkeerbare situatie die een ordemaatregel rechtvaardigde. Het verzoek werd daarom afgewezen. Deze beslissing is geen inhoudelijke beoordeling van het bestreden besluit.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de wijziging van de standplaats op de woensdagmarkt wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: SHE 24/3062 BESLISSING
beslissing van de voorzieningenrechter van 3 september 2024 op het verzoek om een ordemaatregel te treffen hangende het verzoek om een voorlopige voorziening van

[verzoekster] , uit [woonplaats] , verzoekster,

(gemachtigde: mr. S.H. van der Veldt),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente ’s-Hertogenbosch, het college

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek van verzoekster om een ordemaatregel te treffen.
1.1.
Bij besluit van 4 juli 2024 heeft het college op grond van de Marktverordening gemeente ‘s- Hertogenbosch 2021 aan verzoekster medegedeeld dat de aan haar verleende vergunning wordt gewijzigd in verband met de nieuwe marktopstelling. In het besluit is vermeld dat de wijziging in werking treedt op 28 augustus 2024.
1.2.
Verzoekster heeft op 24 juli 2024 bezwaar gemaakt tegen het besluit. Bij brief van 23 augustus 2024 heeft verzoekster de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen en de inwerkingtreding van het besluit op te schorten tot dat een beslissing op het bezwaar is genomen.
1.3.
Na overleg met partijen heeft de griffier op 29 augustus 2024 aan partijen medegedeeld dat het verzoek om een voorlopige voorziening op de zitting van 18 september 2024 zal worden behandeld. Bij brief van 30 augustus 2024 heeft verzoekster de voorzieningenrechter verzocht om een ordemaatregel te treffen voorafgaand aan de behandeling van de voorlopige voorziening op de zitting.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. De voorzieningenrechter ziet aanleiding om met toepassing van artikel 8:83, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak te doen.
3. Verzoeker heeft verzocht om een ordemaatregel te treffen zodat zij niet wordt geconfronteerd met de door haar gestelde nadelige (financiële) gevolgen van het besluit voordat er op het verzoek om een voorlopige voorziening is beslist.
4. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding voor het treffen van een ordemaatregel. Van de door verzoekster gestelde gevolgen kan niet worden gezegd dat deze direct dreigen te gebeuren en onomkeerbaar zijn en daarmee tot een acute (financiële) noodsituatie zullen leiden. Daarbij betrekt de voorzieningenrechter dat het verzoek om een voorlopige voorziening op 18 september 2024 op zitting zal worden behandeld en dat die datum na overleg met en instemming van partijen is vastgesteld. Ook benadrukt de voorzieningenrechter dat deze beslissing geen juridischinhoudelijke beoordeling betreft van het verzoek om een voorlopige voorziening en dus geen oordeel is over de rechtmatigheid van het bestreden besluit.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een ordemaatregel af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. mr. H.M.H de Koning, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. mr. I. van der Wijngaart, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 3 september 2024.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.