Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOBR:2024:4142

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
30 augustus 2024
Publicatiedatum
3 september 2024
Zaaknummer
11146448
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herstelvonnis over proceskosten en betekening bij ontruiming in kort geding

De Gemeente Eindhoven verzocht de kantonrechter om herstel van een eerder vonnis in kort geding, omdat daarin tegenstrijdige bepalingen stonden over de betaling van proceskosten en de betekening van het vonnis. In het oorspronkelijke vonnis stond dat de gedaagde eerst moest worden aangeschreven tot betaling van de proceskosten en dat het vonnis pas daarna betekend kon worden, terwijl ook was bepaald dat de gedaagde binnen zeven dagen na betekening het pand moest verlaten. De Gemeente stelde dat deze korte termijn essentieel was vanwege het spoedeisend belang bij ontruiming.

De kantonrechter constateerde dat de bepaling over de veertiendaagse termijn na aanschrijving per vergissing was opgenomen en dat deze in strijd was met de spoedeisendheid van de zaak. Er was geen reden om de Gemeente eerst te verplichten tot aanschrijving en een wachttijd van veertien dagen in acht te nemen voordat het vonnis betekend kon worden. Dit was een herstelbare fout op grond van artikel 31 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

De kantonrechter besloot daarom het vonnis te herstellen door de bepaling over de veertiendaagse termijn te schrappen en te vervangen door een bepaling dat de gedaagde veroordeeld is in de proceskosten te vermeerderen met de explootkosten van betekening in geval van betekening van het vonnis. Dit herstelvonnis werd op 30 augustus 2024 gewezen en in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het vonnis werd hersteld door de bepaling over aanschrijving en betaling binnen veertien dagen te schrappen en te vervangen door een bepaling over explootkosten bij betekening.

Uitspraak

RECHTBANKOOST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Eindhoven
Zaaknummer: 11146448 \ CV EXPL 24-4009
Herstelvonnis in kort geding van 30 augustus 2024
in de zaak van
de publiekrechtelijke rechtspersoon
GEMEENTE EINDHOVEN,
zetelende te Eindhoven,
eisende partij,
hierna te noemen: de Gemeente,
gemachtigden: mrs. K.M.G. Verkleij en D.A.M. Veen,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. A.A.M. van Hoorn.

1.De procedure

1.1.
Bij brief van 21 augustus 2024 heeft de Gemeente aan de kantonrechter verzocht om herstel van het op 16 augustus 2024 in deze zaak gewezen vonnis. De gemeente stelt dat r.o. 5.1 en r.o. 5.3 tegenstrijdig zijn, omdat r.o. 5.3 tot gevolg heeft dat de Gemeente pas tot betekening van het vonnis kan overgaan als veertien dagen na de aanschrijving tot betaling van de proceskosten zijn verstreken, terwijl in r.o. 5.1 is opgenomen dat [gedaagde] binnen zeven dagen na betekening van het vonnis het pand dient te verlaten. Deze korte termijn is gerechtvaardigd en van belang in een kort geding procedure, waarbij sprake is van spoedeisendheid, aldus de Gemeente.
1.2.
Bij brief van 22 augustus 2024 heeft de kantonrechter [gedaagde] in de gelegenheid gesteld zich over dit verzoek uit te laten. Bij e-mailbericht van 27 augustus 2024 heeft [gedaagde] laten weten dat zij geen bezwaar heeft tegen de voorgestelde verbetering.

2.De beoordeling

2.1.
De kantonrechter stelt vast dat in de veroordeling onder 5.3. de bepaling “te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe” per vergissing is opgenomen, nu de veroordeling onder 5.1 afhankelijk is gesteld van betekening van het vonnis. Die veroordeling is toegewezen omdat de Gemeente daarbij een spoedeisend belang heeft. Er is geen grond voor het voorschrift dat de Gemeente [gedaagde] eerst moet aanschrijven en pas na 14 dagen na aanschrijving zou mogen betekenen.
Naar het oordeel van de kantonrechter betreft dit een fout die zich op de voet van artikel 31 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering leent voor eenvoudig herstel. Op grond van het voorgaande oordeelt de kantonrechter dat tot verbetering van het vonnis moet worden overgegaan. Dit leidt tot de navolgende beslissing.

3.De beslissing

De kantonrechter
bepaalt dat in het dictum van het op 16 augustus 2024 tussen de Gemeente en [gedaagde] gewezen vonnis, waar staat
“veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.215,72, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,”
wordt gewijzigd in
“veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.215,72, te vermeerderen met de explootkosten van betekening in geval van betekening van het vonnis;”
bepaalt dat deze aanvulling onder de vermelding van de datum van heden wordt vermeld op de minuut van het vonnis van 16 augustus 2024.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.F.M.T. Franke en in het openbaar uitgesproken op
30 augustus 2024.