Uitspraak
GEMEENTE EINDHOVEN,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Oost-Brabant
De Gemeente Eindhoven verzocht de kantonrechter om herstel van een eerder vonnis in kort geding, omdat daarin tegenstrijdige bepalingen stonden over de betaling van proceskosten en de betekening van het vonnis. In het oorspronkelijke vonnis stond dat de gedaagde eerst moest worden aangeschreven tot betaling van de proceskosten en dat het vonnis pas daarna betekend kon worden, terwijl ook was bepaald dat de gedaagde binnen zeven dagen na betekening het pand moest verlaten. De Gemeente stelde dat deze korte termijn essentieel was vanwege het spoedeisend belang bij ontruiming.
De kantonrechter constateerde dat de bepaling over de veertiendaagse termijn na aanschrijving per vergissing was opgenomen en dat deze in strijd was met de spoedeisendheid van de zaak. Er was geen reden om de Gemeente eerst te verplichten tot aanschrijving en een wachttijd van veertien dagen in acht te nemen voordat het vonnis betekend kon worden. Dit was een herstelbare fout op grond van artikel 31 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
De kantonrechter besloot daarom het vonnis te herstellen door de bepaling over de veertiendaagse termijn te schrappen en te vervangen door een bepaling dat de gedaagde veroordeeld is in de proceskosten te vermeerderen met de explootkosten van betekening in geval van betekening van het vonnis. Dit herstelvonnis werd op 30 augustus 2024 gewezen en in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het vonnis werd hersteld door de bepaling over aanschrijving en betaling binnen veertien dagen te schrappen en te vervangen door een bepaling over explootkosten bij betekening.