Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
.
Rechtbank Oost-Brabant
Op 30 juli 2023 ontstond een conflict in het uitgaansgebied Stratumseind te Eindhoven waarbij twee mannen, aangeduid als aangevers, werden mishandeld door verdachte en een medeverdachte. De medeverdachte schopte de aangevers tegen het hoofd, waarbij letsel ontstond en medische zorg noodzakelijk was.
De officier van justitie vorderde een veroordeling van verdachte wegens openlijk geweld, terwijl de verdediging betoogde dat er onvoldoende bewijs was dat verdachte daadwerkelijk geweld had gepleegd of daaraan had bijgedragen. De rechtbank onderzocht de camerabeelden, getuigenverklaringen en het dossier.
Hoewel getuigen verklaringen afleggen waarin verdachte geweld zou hebben gepleegd, zijn deze verklaringen inconsistent en onduidelijk over de aard van het geweld. De camerabeelden tonen wel de medeverdachte die schopt, maar geen duidelijke aanwijzingen van geweld door verdachte. Een beweging van verdachte op de beelden is onduidelijk en kan niet als geweldshandeling worden vastgesteld.
De rechtbank concludeert dat het bewijs onvoldoende is om verdachte buiten redelijke twijfel te verbinden aan het gepleegde geweld. Daarom spreekt de rechtbank verdachte vrij van de tenlastegelegde feiten. De vorderingen tot schadevergoeding van de benadeelde partijen worden niet-ontvankelijk verklaard omdat verdachte is vrijgesproken.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van deelname aan openlijk geweld.