De rechtbank Oost-Brabant heeft verdachte schuldig bevonden aan het plegen van ontuchtige handelingen met zijn minderjarige stiefdochter in de periode van mei 2021 tot februari 2023. De bewezenverklaring betreft het aanraken en betasten van de borsten, schaamlippen en billen van het slachtoffer, terwijl verdachte deels is vrijgesproken voor handelingen aan de vagina en liezen. De rechtbank oordeelde dat de handelingen een ontuchtig karakter hadden, mede door de leeftijd van het slachtoffer en de omstandigheden waaronder de handelingen plaatsvonden.
De verdediging voerde aan dat het om verzorgingshandelingen ging zonder seksuele intentie, maar dit werd verworpen. Verdachte heeft misbruik gemaakt van het vertrouwen en de kwetsbaarheid van het slachtoffer, wat leidde tot een ernstige inbreuk op haar lichamelijke integriteit en seksuele ontwikkeling. De rechtbank hield rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder een depressie en narcistische persoonlijkheidsstoornis, en legde daarom een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op van 6 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.
Daarnaast werden bijzondere voorwaarden opgelegd, waaronder meldplicht bij de reclassering, verplichte ambulante behandeling en een contactverbod met het slachtoffer. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd gedeeltelijk toegewezen: materiële schade van €2.714,31 en immateriële schade van €5.000,00, vermeerderd met wettelijke rente. De rechtbank wees de overige schadeposten af wegens onvoldoende onderbouwing en bepaalde dat deze bij de burgerlijke rechter kunnen worden ingediend.
Tot slot werd een schadevergoedingsmaatregel opgelegd en is verdachte veroordeeld in de proceskosten van de benadeelde partij. De straf en maatregelen zijn gericht op normhandhaving, slachtofferbescherming en het bevorderen van passende hulp voor verdachte.