ECLI:NL:RBOBR:2024:4270
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.M. Blanken
- A.H.J.J. van de Wetering
- S.H. van Dalen
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken wederrechtelijk verblijf asielzoeker bij illegale tewerkstelling
De rechtbank Oost-Brabant behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van mensensmokkel en illegale tewerkstelling van een werknemer met de Azerbeidzjaanse nationaliteit in de periode van 14 maart tot 1 april 2021.
De officier van justitie achtte beide feiten wettig en overtuigend bewezen en vorderde een taakstraf, terwijl de verdediging vrijspraak bepleitte omdat de werknemer in afwachting was van een beslissing op zijn asielaanvraag en derhalve rechtmatig verbleef.
De rechtbank concludeerde dat niet is vastgesteld dat de werknemer in de ten laste gelegde periode onrechtmatig verbleef, omdat asielzoekers rechtmatig verblijf genieten zolang hun aanvraag in behandeling is. Hierdoor ontbrak het wettig en overtuigend bewijs voor de tenlasteleggingen.
De verdachte werd daarom vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten. Dit vonnis is gewezen door een meervoudige kamer op 12 september 2024.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens ontbreken van bewijs voor wederrechtelijk verblijf van werknemer.