ECLI:NL:RBOBR:2024:434
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Homologatie van besloten akkoordprocedures buiten faillissement voor familiebedrijf in detailhandel
Verzoeksters, drie besloten vennootschappen die gezamenlijk een familiebedrijf in detailhandel drijven, hebben een WHOA-traject gestart vanwege financiële problemen veroorzaakt door corona, stijgende kosten en afnemende omzet per winkel. Zij boden elk een akkoord aan hun schuldeisers aan, waarbij een eenmalige betaling van een percentage van de vorderingen wordt gedaan, met behoud van rechten van financiers en zekerheidsgerechtigden.
De rechtbank beoordeelde de verzoeken tot homologatie van deze akkoorden op basis van de Faillissementswet. De akkoorden betroffen schulden ontstaan vóór 1 september 2023 en waren onderverdeeld in drie klassen schuldeisers. De stemmingen resulteerden in een ruime meerderheid voor de akkoorden, zonder tegenstemmende klassen.
De rechtbank stelde vast dat verzoeksters zich in een toestand van dreigende insolventie bevinden en dat de procedure rechtsgeldig is gevolgd. Er waren geen afwijzingsgronden, geen bedrog of oneerlijke middelen, en de nakoming van de akkoorden is voldoende gewaarborgd. De nieuwe financiering schaadt de belangen van schuldeisers niet wezenlijk.
Op 7 februari 2024 heeft de rechtbank de homologatie van alle drie de akkoorden uitgesproken, waarmee de herstructurering van schulden buiten faillissement mogelijk wordt gemaakt en de continuïteit van het familiebedrijf wordt bevorderd.
Uitkomst: De rechtbank heeft de homologatie van de drie onderhandse akkoorden buiten faillissement uitgesproken.