ECLI:NL:RBOBR:2024:4345
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vastgestelde WOZ-waarde vrijstaande woning in Heusden
Eiser betwist de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning in Heusden, vastgesteld op €456.000 voor het jaar 2023. De heffingsambtenaar baseerde de waardering op de vergelijkingsmethode met drie woningen in dezelfde plaats, waarbij correcties zijn toegepast voor verschillen in kwaliteit en voorzieningen.
Eiser stelde dat zijn woning onderdeel is van een dijk en dat de waarderingsuitzondering voor waterverdedigingswerken van toepassing zou moeten zijn. De rechtbank oordeelde dat eiser deze uitzondering onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt, mede omdat de dijk (Meerdijk) niet op het perceel ligt en een openbare weg niet gelijkstaat aan een waterverdedigingswerk.
Daarnaast voerde eiser aan dat de woning verouderde voorzieningen heeft en schimmelproblemen, en dat het duurzaamheidsniveau matig is. De rechtbank stelde vast dat de taxateur deze aspecten als gemiddeld heeft gewaardeerd en dat de heffingsambtenaar dit voldoende heeft onderbouwd. Schimmelvorming werd niet als bouwkundig probleem erkend zonder nadere oorzaak.
De rechtbank concludeerde dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. Het beroep is daarom ongegrond verklaard, met als gevolg dat eiser geen griffierecht of proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €456.000 wordt ongegrond verklaard.