Eiser kreeg een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd omdat hij op 8 september 2023 zijn auto parkeerde zonder het kenteken aan te melden, ondanks dat hij in het bezit was van een zakelijke parkeervergunning. De rechtbank oordeelt dat het parkeerrecht pas ontstaat als aan alle vergunningvoorwaarden is voldaan, waaronder het aanmelden van het kenteken.
Eiser stelde dat het niet aanmelden een louter administratieve fout was die niet tot naheffing mocht leiden en voerde strijd met het doelen- en evenredigheidsbeginsel aan. Ook stelde hij dat de heffingsambtenaar hem ten onrechte niet had gehoord en dat de uitspraak op bezwaar onvoldoende was gemotiveerd.
De rechtbank verwierp deze argumenten. De wettelijke grondslag voor het aanmelden van kentekens is opgenomen in de parkeerverordening. Het niet aanmelden betekent dat geen sprake is van parkeren met een geldige vergunning, waardoor de naheffingsaanslag terecht is opgelegd. Ook het ontbreken van een hoorverzoek en het niet tijdig indienen van stukken door eiser leidde tot afwijzing van zijn klachten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, handhaafde de naheffingsaanslag en wees terugbetaling van griffierecht en proceskosten af. Eiser kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.