Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOBR:2024:4416

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
25 september 2024
Publicatiedatum
24 september 2024
Zaaknummer
82/193573-22
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 25 Werkloosheidswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs medeplegen fraude WW-uitkering

De rechtbank Oost-Brabant behandelde een strafzaak tegen verdachte die werd verdacht van medeplegen van het opzettelijk verstrekken van onjuiste gegevens en het gebruik van valse geschriften bij het UWV in de periode van juni 2019 tot juni 2020. Verdachte zou samen met anderen onjuiste informatie hebben verstrekt over verblijfsadressen, sollicitatieactiviteiten, vakantieperiodes en exportaanvragen, met als doel het frauduleus verkrijgen of behouden van WW-uitkeringen.

Tijdens de terechtzitting bleek dat verdachte als oproepkracht werkzaam was bij een kantoor dat Poolse cliënten bijstond bij het verkrijgen van WW-uitkeringen. Verdachte voerde werkzaamheden uit zoals het aannemen van telefoons en het sorteren van dossiers, maar er was geen duidelijke rolverdeling en onvoldoende bewijs dat zij bewust deelnam aan fraude.

De rechtbank concludeerde dat verdachte niet als zelfstandige pleger kon worden aangemerkt en dat er onvoldoende bewijs was voor medeplegen, omdat niet kon worden vastgesteld dat verdachte zich bewust was van de onjuistheden in de door haar doorgegeven gegevens. Ook de subsidiaire tenlastelegging van het gebruik van valse of vervalste geschriften kon niet worden bewezen.

Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van medeplegen van fraude met WW-uitkeringen.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Locatie 's-Hertogenbosch
Strafrecht
Parketnummer: 82.193573.22
Datum uitspraak: 25 september 2024
Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1990] ,
wonende te [adres 1] .
Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 11 september 2024.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaardingen van 12 juni 2024 en 3 september 2024. Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
Zij, in of omstreeks de periode van 1 juni 2019 tot en met 25 juni 2020 te Helmond
en/of te Eindhoven en/of te Hengelo en/of te Venlo en/of te Amsterdam , in elk
geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, tezamen en in vereniging met
(een) ander(en), althans alleen,
in strijd met een haar (als gemachtigde) en/of haar medeverdachte (als
gemachtigde) en/of haar klanten/aanvragers bij of krachtens wettelijk voorschrift
opgelegde verplichting, te weten de inlichtingenplicht op grond van artikel 25 van Pro
de Werkloosheidswet,
(telkens) opzettelijk heeft nagelaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken,
zulks terwijl dit/die feit(en) kon(den) strekken tot bevoordeling van zichzelf en/of
(een) ander(en), te weten die klanten/aanvragers,
tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, -zakelijk
weergegeven-
(telkens) aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) onjuiste
informatie/ gegevens heeft/hebben opgegeven/gemeld/kenbaar gemaakt/kenbaar
doen maken met betrekking tot:
- de/het (feitelijke) verblijfsadres(sen) en/of
- de/het sollicitatie-activiteit(en) en/of
- de vakantieperiodes en/of
- de export-aanvra(a)g(en) en/of
- de ontslagvorm,
immers heeft/hebben verdachte(n) opgegeven/gemeld/kenbaar gemaakt/kenbaar
doen maken dat:
[werknemer 1] (AMB-041-01)
- sollicitatieactiviteiten heeft verricht bij het bedrijf “ [bedrijf 1] " en/of

“ [bedrijf 2] ” en/of “ [bedrijf 3] " en/of " [bedrijf 4] " (DOC-14-09) en/of

- vakantie heeft gehad van 18 mei 2019 tot en met 28 mei 2019 (DOC-14-06),
zulks terwijl [werknemer 1] niet bij voornoemd(e) bedrijf/bedrijven heeft
gesolliciteerd;
en/of
[werknemer 2] (AMB-042-01)
- op het adres [adres 2] te Helmond (DOC-13-01) en/of [adres 3] te

Helmond (DOC-13-03) heeft verbleven en/of

- sollicitatieactiviteiten heeft verricht bij het bedrijf " [bedrijf 5] " en/of " [bedrijf 6] " en/of
" [bedrijf 2] " (zie DOC-13-07),
zulks terwijl [werknemer 2] niet op de/het hiervoor genoemd(e) adres(sen) heeft
verbleven (gedurende de eerste vier weken van de WW-periode) en/of zonder
(export-) toestemming van het UWV' en/of (vakantie-)melding bij het UWV (reeds)
naar België en/of Polen, in elk geval het buitenland, is vertrokken en/of niet bij
voornoemd(e) bedrijf/bedrijven heeft gesolliciteerd;
en/of
[werknemer 3] (AMB-44-01)
- op het adres [adres 4] in Asten (DOC-025-04 en/of DOC-025-13 en/of

DOC-025-17) heeft verbleven en/of

- sollicitatieactiviteiten heeft verricht bij het bedrijf “ [bedrijf 7] ” en/of " [bedrijf 8] "
en/of " [bedrijf 9] " en/of “ [bedrijf 2] BV" (DOC-25-19).
zulks terwijl [werknemer 3] niet op het hiervoor genoemd adres heeft verbleven
(gedurende de eerste vier weken van de WW-periode) en/of zonder (export-)
toestemming van het UWV (reeds) naar Polen, in elk geval het buitenland, is
vertrokken en/of niet bij voornoemd(e) bedrijf/bedrijven heeft gesolliciteerd;
en/of
[werknemer 4] (AMB-048-01)
- op het adres [adres 5] te Sterksel (DOC-021-4 en/of DOC-021-05) heeft

verbleven en/of

- vakantie heeft gehad van 3 juli 2019 tot en met 7 juli 2019 (DOC-021-06) en/of
- niet verwijtbaar werkloos is,
zulks terwijl [werknemer 4] niet op het hiervoor genoemd adres heeft verbleven
(gedurende de eerste vier weken van de WW-periode) en/of zonder (export-)
toestemming van het UWV en/of zonder (vakantie-)melding bij het UWV (reeds)
naar Polen, in elk geval het buitenland, is vertrokken en/of in werkelijkheid op
staande voet was ontslagen,
terwijl verdachte en/of haar medeverdachte(n) wist(en), althans redelijkerwijze
moest(en) vermoeden, dat de gegevens van belang waren voor de vaststelling van
de rechten van die klanten/aanvragers op die verstrekking of tegemoetkoming
(krachtens de Werkloosheidswet) dan wel voor de hoogte of de duur van die
verstrekking of tegemoetkoming;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
Zij, in of omstreeks de periode van 1 juni 2019 tot en met 25 juni 2020. te
Helmond en/of te Eindhoven en/of te Hengelo en/of te Venlo en/of te
Amsterdam, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, tezamen en
in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (telkens) opzettelijk
gebruik heeft gemaakt en/of gebruik heeft doen maken van (een) vals(e) en/of
vervalste geschrift(en) die/dat bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te
dienen, als ware deze echt en onvervalst, te weten (een):
-"Verklaring van verblijf voor aanvragen WW-uitkering" en/of
-"Formulier Persoonsgegevens" en/of
-"Aanvragen WW-uitkering" en/of
-"Wijzigingen doorgeven" en/of
-"Inkomstenopgave" en/of
-"Mijn sollicitatie-activiteiten" en/of
-"Sollicitatieoverzicht" en/of
-"Rapportage van sollicitaties" en/of
ten name van
- [werknemer 1] (AMB-041-01) en/of
- [werknemer 2] (AMB-042-01) en/of
- [werknemer 3] (AMB-44-01) en/of
- [werknemer 4] (AMB-048-01)
bestaande de/die valshe(i)d(en) erin dat (telkens) valselijk en/of in strijd
met de waarheid op voornoemde documenten
-verblijfsadres(sen) en/of
-sollicitatie-activiteit(en) en/of
-vakantieperiodes en/of
-export-verzoeken en/of
-redenen van werkloosheid
zijn vermeld die niet overeenkomen met de werkelijkheid, immers heeft/hebben
voornoemd(e) aanvrager(s) niet op vermeld(e) adres(sen) verbleven (gedurende
de eerste vier weken van de WW-periode) en/of
geen sollicitatie-activiteit(en) verricht (bij genoemd(e) bedrijf/bedrijven) en/of
(reeds) voor de aanvraag van export en/of
melding van vakantie bij het UWV' in Polen en/of België en/of Duitsland, althans
in het buitenland, verbleven en bestaande dat gebruik maken hierin, dat (telkens)
een of meer van voornoemde documenten zijn verzonden en/of verstrekt en/of
laten verzenden en/of laten verstrekken aan het Uitkeringsinstituut
Werknemersverzekeringen (UWV) ter verkrijging en/of behoud van een WW-
uitkering.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in de vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Vrijspraak.

De rechtbank acht het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen en zal verdachte integraal vrijspreken. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.
Uit het dossier en hetgeen ter terechtzitting is besproken leidt de rechtbank het volgende af.
Op 29 augustus 2018 is door de Inspectie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Directie Opsporing een strafrechtelijk onderzoek gestart. Via het Regionaal Informatie- en Expertise Centrum (RIEC) zijn van de afdeling Themaonderzoek van het UWV meerdere meldingen ontvangen van de afdeling Uitkeringen (Eindhoven) die te maken hebben met mogelijke fraude met uitkeringen. De uitkeringsgerechtigden voldeden niet aan de vereisten die gesteld zijn aan het verkrijgen en behouden van een WW-uitkering.
Verdachte was in de ten laste gelegde periode werkzaam bij het kantoor ‘ [bedrijf 10] ’ van medeverdachte [medeverdachte] . Dit kantoor heeft onder andere de in de tenlastelegging genoemde personen van Poolse afkomst bijgestaan bij het verkrijgen en behouden van een WW-uitkering. [medeverdachte] ging onder andere mee naar de gesprekken bij het UWV en leverde de benodigde stukken van de uitkeringsgerechtigden aan.
Verdachte is als klant bij het kantoor van [medeverdachte] terecht gekomen. Op enig moment is zij als oproepkracht voor het kantoor gaan werken. Zij hield zich bijvoorbeeld bezig met het aannemen van de telefoon, het beantwoorden van vragen over zorgtoeslag en het sorteren van dossiers van klanten. Er is geen duidelijke rolverdeling tussen haar en [medeverdachte] . Verdachte heeft alles geleerd van [medeverdachte] .
De officier van justitie heeft – kort weergegeven – aangevoerd dat sprake is van een breed toegepaste algemene werkwijze, waarin verdachte en [medeverdachte] willens en wetens een aandeel hebben, een werkwijze die gericht is op het frauduleus verkrijgen en behouden van een WW-uitkering. Specifiek ten aanzien van verdachte geeft de officier van justitie aan dat verdachte erkent dat zij ‘voorkomende werkzaamheden uitvoert, zoals [medeverdachte] haar heeft uitgelegd’.
De rechtbank stelt vast dat verdachte de in de tenlastelegging genoemde personen heeft bijgestaan bij het verkrijgen en behouden van een WW-uitkering. De zelfstandige verplichting om (wijzigingen in) de persoonlijke en financiële situatie door te geven aan het UWV rustte op deze personen zelf. Verdachte kan dan ook niet als zelfstandige pleger van de primair tenlastegelegde feiten worden aangemerkt.
De rechtbank dient de vraag te beantwoorden of verdachte wel kan worden beschouwd als medepleger, in die gevallen dat de rechtbank kan vaststellen dat de in te tenlastelegging genoemde personen strafbare feiten hebben gepleegd. Medeplegen is aan de orde als bewezen kan worden dat sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en de uitkeringsgerechtigde bij het plegen van het feit.
De rechtbank komt tot de conclusie dat, voor zover de klanten van verdachte al strafbare feiten hebben gepleegd, het dossier onvoldoende bewijs bevat voor de stelling dat verdachte zich ervan bewust was dat bepaalde informatie die zij invoerde/doorgaf aan het UWV onjuist was. Dit is wel vereist voor een bewezenverklaring. Als al sprake zou zijn van een werkwijze die gericht is op het frauduleus verkrijgen en behouden van een WW-uitkering is niet gebleken dat verdachte willens en wetens een aandeel heeft gehad in die werkwijze.
Het voorgaande geldt ook met betrekking tot de subsidiair ten laste gelegde feiten, te weten het gebruik maken van valse of vervalste geschriften. In hoeverre verdachte zich bewust is geweest van de onjuistheid van gegevens op door haar ingediende formulieren van het UWV, volgt niet uit het dossier.

DE UITSPRAAK

De rechtbank:

verklaart het tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. S.A.E.M. Rampaart, voorzitter,
mr. R. van den Munckhof en mr. H. Slaar, leden,
in tegenwoordigheid van mr. G. van de Luijtgaarden, griffier,
en is uitgesproken op 25 september 2024.