Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.De verdere procedure
16 februari 2023, 27 november 2023 en 26 maart 2024.
- het rapport (met bijlagen) van het IJI, gedateerd 25 april 2024;
- het F9-formulier (met als bijlage een brief) van mr. Lalesse, gedateerd 14 mei 2024;
- het F9-formulier (met als bijlage een akte uitlating, tevens houdende (voorwaardelijk) zelfstandig verzoeken en producties) van mr. De Falco, gedateerd 15 mei 2024.
2.Feiten
- [A] , geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] (Italië);
- [B] , geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] (Italië).
3.Het nadere zelfstandig verzoek
- met ingang van 7 juli 2022 de man te veroordelen om aan de vrouw een maandelijkse “gewone” bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van zowel [A] als [B] bij vooruitbetaling te voldoen, conform het bedrag dat uw rechtbank zal vermenen te behoren;
- te bepalen dat het vastgestelde bedrag elk jaar geïndexeerd wordt conform de Italiaanse indexeringsregels;
- de man te veroordelen om aan de vrouw de voor beide kinderen gemaakte “bijzondere kosten”, waarvoor conform de regels van de rechtbank [plaats] geen overeenstemming nodig is, te vergoeden, zulks binnen 7 dagen na ontvangst door de man van een verzoek daartoe met afschriften van de kosten en de betaling daarvan.
4.De verdere beoordeling
€ 2.500,00, een derde deel (bij twee kinderen) van dit inkomen wordt aangemerkt als kosten van de kinderen. De rechtbank begrijpt deze aanvulling aldus dat op het moment dat de kosten onvoldoende zijn onderbouwd de rechtbank als richtlijn aanhoudt dat 1/3 deel van het gezinsinkomen kan worden aangemerkt als besteed aan de kosten van de kinderen.
1 november 2022 schrijft de vrouw dat zij voldoende inkomen heeft en geen behoefte aan partneralimentatie heeft. Bij akte van uitlating heeft de vrouw vervolgens gesteld dat zij niet werkt en geen eigen inkomen heeft.
€ 125,- bepalen.
8 juli 2022 aan de vrouw dient te voldoen als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige [B] een bedrag van € 122,50 per maand.