ECLI:NL:RBOBR:2024:4515

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
23 september 2024
Publicatiedatum
1 oktober 2024
Zaaknummer
11215635
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:432 BWArt. 1:441 BWArt. 1:445 BWArt. 2:2 lid 2 BWArt. 107 Grondwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beschikking tot onderbewindstelling wegens onbekwaamheid betrokkene

De kantonrechter van de Rechtbank Oost-Brabant heeft op 23 september 2024 uitspraak gedaan in een verzoek tot onderbewindstelling van betrokkene, die wegens haar lichamelijke of geestelijke toestand niet in staat is haar vermogensrechtelijke belangen te behartigen.

Verzoeker 1, handelend namens de Nederlandse Provincie Karmelieten, werd niet-ontvankelijk verklaard omdat deze instelling niet voldoet aan de wettelijke criteria om een onderbewindstelling te verzoeken. Verzoeker 2, een familielid van betrokkene, werd wel ontvankelijk bevonden.

De kantonrechter stelde het bewind in over alle goederen van betrokkene en benoemde verzoeker 1 als bewindvoerder. Tevens werd bepaald dat het bewind wordt ingeschreven in het Centraal Curatele- en bewindregister om de financiële belangen van betrokkene te beschermen.

Tegen deze beschikking staat hoger beroep open bij het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch, uitsluitend via een advocaat.

Uitkomst: Onderbewindstelling wordt ingesteld en bewindvoerder benoemd; verzoeker 1 niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Toezicht
zaaknummer : 11215635 TE VERZ 24-1099

Beschikking van de kantonrechter van 23 september 2024

op verzoek van
[verzoeker 1] ,
wonende te [adres] , verzoeker 1
en
[verzoeker 2] , verzoeker 2
wonende te [adres] ,
met betrekking tot

[betrokkene] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,
wonende te [adres] ,
hierna te noemen: betrokkene.

De procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
- het verzoek met als bijlagen, de bereidverklaring van de voorgestelde bewindvoerder, [verzoeker 1] , geboren te [geboorteplaats]
op [geboortedatum] , wonende te [adres] , een akkoordverklaring en medische informatie, ontvangen op 17 juli 2024.
Het verzoek is mondeling behandeld op de zitting van 4 september 2024. Ter zitting
is verschenen: [verzoeker 2] . Betrokkene en [verzoeker 1] zijn via een Teams-videoverbinding over het verzoek gehoord. Van het verhandelde ter zitting zijn aantekeningen gemaakt.
Ontvankelijkheid verzoeker 1
Verzoeker 1 heeft het verzoekschrift medeondertekend in zijn hoedanigheid als ‘ [hoedanigheid 1] ’ en ‘ [hoedanigheid 2] ’ van de religieuze orde van Nederlandse Provincie Karmelieten. Ter zitting heeft hij toegelicht dat hij door de kantonrechter als mede-verzoeker wil worden aangemerkt en dat hij zijn bevoegdheid daartoe ontleent aan het kerkelijke recht.
De kantonrechter merkt allereerst op dat de bevoegdheid van verzoeker 1 om namens de Nederlandse Provincie Karmelieten op te treden niet ter discussie staat. Het is zonder meer juist dat die bevoegdheid naar het eigen recht van het kerkgenootschap moet worden beoordeeld (zie artikel 2:2 lid 2 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW)). De kantonrechter is niet op de hoogte van het recht van de Nederlandse Provincie Karmelieten, maar ziet ook geen redenen om op dit punt aan de bevoegdheid van verzoeker 1 te twijfelen.
Van een andere orde is de vraag of de Nederlandse Provincie Karmelieten (als zodanig) bevoegd is om de onderbewindstelling te verzoeken van de goederen van personen die zich bij haar hebben aangesloten.
Volgens artikel 1:432 lid 2 van Pro het BW is (verzoeker 1 namens) de Nederlandse Provincie Karmelieten alleen bevoegd om het verzoek te doen, indien zij optreedt als een “instelling waar de rechthebbende wordt verzorgd of die aan de rechthebbende begeleiding biedt”. Daarvan is in dit geval geen sprake. Het kerkelijke recht van de Nederlandse Provincie Karmelieten kan op dit punt aan het burgerlijk wetboek niets toevoegen of afdoen, want de bevoegdheid om burgerlijke rechten te regelen komt bij uitsluiting toe aan de wetgever (artikel 107 Grondwet Pro). Dat betekent dat de Nederlandse Provincie Karmelieten niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
Ontvankelijkheid verzoeker 2
Verzoeker 2 is een dochter van een zus van betrokkene en behoort daarmee tot de categorie personen die gerechtigd is instelling van het bewind te verzoeken (artikel 1:432 lid 1 BW Pro).

Het verzoek en de beoordeling

Het verzoek strekt tot instelling van een bewind over alle goederen die aan betrokkene (zullen) toebehoren.
De kantonrechter overweegt als volgt.
Uit de ontvangen informatie en hetgeen op zitting is besproken blijkt voldoende dat betrokkene als gevolg van haar lichamelijke of geestelijke toestand tijdelijk of duurzaam niet in staat is ten volle haar vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen.
De kantonrechter zal de verzochte maatregel instellen en de voorgestelde bewindvoerder benoemen nu daartegen geen bezwaar is.
Gebleken is verder dat betrokkene niet in staat is toestemming te geven
als bedoeld in artikel 1:441 lid 2 van Pro het BW (een machtiging is vereist voor daar opgenomen handelingen) en ook niet in staat is om de rekening en verantwoording op te nemen als bedoeld in artikel 1:445 lid 2 BW Pro (rekening en verantwoording moet worden afgelegd ten overstaan van de kantonrechter).
De kantonrechter acht publicatie van het bewind noodzakelijk om de financiële belangen van betrokkene te kunnen behartigen en zal daarom bepalen dat het bewind in het Centraal Curatele- en bewindregister zal worden ingeschreven.

De beslissing

De kantonrechter:
- verklaart verzoeker 1 niet ontvankelijk in zijn verzoek;
- stelt een bewind in over alle goederen die (zullen) toebehoren aan
[betrokkene] vanwege haar lichamelijke of geestelijke toestand;
- benoemt tot bewindvoerder: [verzoeker 1] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] , wonende te [adres] ;
- bepaalt dat deze beschikking vanwege de griffier wordt ingeschreven in het
Centraal Curatele- en bewindregister.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.G.P.A. Burghoorn, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 23 september 2024.
de griffier, de kantonrechter,
Verzenddatum:
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep
worden ingesteld bij het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch:
a. door de verzoeker en degenen aan wie de griffier een afschrift van deze beschikking
heeft verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na betekening daarvan of
nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.