Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.Het procesverloop
2.De feiten
3.Het verzoek, het verweer en het tegenverzoek
4.De beoordeling
Kamerstukken II, 2013-2014, 33 818, nr. 3, pag. 39).
Rechtbank Oost-Brabant
De werknemer werd op 26 september 2023 op staande voet ontslagen wegens het achterhouden van belangrijke poststukken van deurwaarders en het niet informeren van de directeur van de werkgever. De werkgever stelde dat dit een dringende reden vormde voor het ontslag. De werknemer betwistte de rechtsgeldigheid van het ontslag en vorderde onder meer een billijke vergoeding, transitievergoeding, en betaling van achterstallig loon en vakantiegeld.
De rechtbank oordeelde dat het ontslag rechtsgeldig was gegeven omdat de werknemer als administratief medewerkster verantwoordelijk was voor de post en zij de deurwaardersexploot bewust had achtergehouden, wat leidde tot schade voor de werkgever, waaronder een verstekvonnis en beslagleggingen. Dit handelen werd als ernstig verwijtbaar aangemerkt, waardoor de transitievergoeding werd afgewezen.
Verder werden de vorderingen van de werknemer tot betaling van niet genoten vakantie-uren, vakantiegeld, loon en reiskostenvergoeding toegewezen, evenals het verzoek tot afgifte van haar persoonlijke One-drive. Het tegenverzoek van de werkgever tot schadevergoeding wegens opzettelijk of bewust roekeloos handelen van de werknemer werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
De proceskosten werden verdeeld waarbij de werknemer de kosten van het verzoek moest dragen en partijen de kosten van het tegenverzoek ieder zelf. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet is rechtsgeldig gegeven wegens ernstig verwijtbaar handelen; transitievergoeding wordt niet toegekend; werkgever moet achterstallige loon en vergoedingen betalen.