ECLI:NL:RBOBR:2024:4622
Rechtbank Oost-Brabant
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Beschikking bezwaarschrift dagvaarding medeplegen moord en subsidiaire feiten
Op 11 september 2024 werd een bezwaarschrift ingediend tegen de dagvaarding van verdachte wegens medeplegen moord en andere subsidiaire feiten. De rechtbank Oost-Brabant heeft in raadkamer op 25 september 2024 de officier van justitie, verdachte en diens raadsvrouw gehoord.
De verdediging voerde aan dat onvoldoende bewijs bestaat voor een vooropgezet plan tot moord en dat verdachte door bedwelming niet als medeplichtige kan worden beschouwd. De officier van justitie stelde dat het bezwaarschrift ongegrond moet worden verklaard omdat voldoende aanwijzingen van schuld aanwezig zijn.
De raadkamer oordeelde dat het onderzoek in raadkamer summier is en dat niet vooruitgelopen mag worden op de inhoudelijke zitting. Voor het primair ten laste gelegde feit achtte de raadkamer het hoogst onwaarschijnlijk dat een veroordeling zal volgen, waardoor het bezwaarschrift gegrond werd verklaard. Voor de subsidiaire feiten is het bezwaarschrift ongegrond verklaard omdat voldoende aanwijzingen van schuld aanwezig zijn om de dagvaarding te handhaven.
De beschikking werd gegeven op 9 oktober 2024 door de voorzitter en leden van de raadkamer, waarbij het primair ten laste gelegde feit uit de dagvaarding wordt geschorst en de overige feiten verder onderzocht zullen worden.
Uitkomst: Bezwaarschrift gegrond voor primair feit en ongegrond voor subsidiaire feiten, dagvaarding primair feit geschorst.