AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Afwijzing vordering tot voeging wegens ontbreken verknochtheid tussen zaken
In deze civiele procedure vordert de gedaagde voeging van de onderhavige zaak met een andere zaak die bij dezelfde rechtbank aanhangig is. De vordering tot voeging is gebaseerd op artikel 222 RvPro, dat voeging mogelijk maakt indien zaken verknocht zijn, dat wil zeggen dat zij identieke of nauw samenhangende geschilpunten bevatten.
De rechtbank oordeelt dat de voorwaarde van verknochtheid niet is vervuld. De eerste zaak betreft de vraag of een verkoop en levering van aandelen vernietigd kan worden wegens pauliana, terwijl de onderhavige zaak gaat over de aansprakelijkheid voor schade op grond van een onrechtmatige daad. Deze juridische vragen verschillen substantieel, en er is geen risico op tegenstrijdige uitspraken of onnodig dubbel werk.
Daarom wordt de vordering tot voeging afgewezen. De gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten van het incident, begroot op €792,-, te voldoen binnen veertien dagen. Tevens is bepaald dat de zaak op 23 oktober 2024 weer op de rol komt voor beraad over het bepalen van een mondelinge behandeling.
Uitkomst: De vordering tot voeging wordt afgewezen en gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitspraak
RECHTBANK Oost-Brabant
Civiel recht
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Zaaknummer: C/01/406019 / HA ZA 24-413
Vonnis in incident van 9 oktober 2024
in de zaak van
[eiseres] B.V.,
te [plaats] ,
hierna te noemen: [eiseres] ,
eiseres in conventie in de hoofdzaak,
verweerster in reconventie in de hoofdzaak,
verweerster in incident,
advocaat: mr. S.A.L.L. Caris,
tegen
1.[gedaagde 1] ,
te [plaats] , 2. [gedaagde 2] B.V.,
te [plaats] ,
hierna te noemen: [gedaagde 2] , 3. [gedaagde 3],
te [plaats] , 4. [gedaagde 4] B.V.,
te [plaats] ,
hierna samen te noemen: [gedaagden] (mannelijk, enkelvoud),
gedaagde in conventie in de hoofdzaak,
[gedaagde 2] eiseres in reconventie in de hoofdzaak,
eiser in incident,
advocaat: mr. A.J. van den Hoven.
1.De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding,
- een herstelexplot, - de conclusie van eis in het incident tot voeging tevens conclusie van antwoord in conventie en conclusie van eis in reconventie in de hoofdzaak,
- de conclusie van antwoord in het incident tot voeging,
- beslagstukken, te weten een deurwaardersexploot conservatoir eigenbeslag, een verlof beslag en een verzoekschrift tot het leggen van conservatoir eigenbeslag,
- de conclusie van antwoord in reconventie.
1.2.
Vervolgens is bepaald dat vonnis in het incident zal worden gewezen.
2.De beoordeling in het incident
2.1.
[gedaagden] vordert voeging van de onderhavige zaak met de zaak die bij deze rechtbank aanhangig met zaak/rolnummer 405819 HA ZA 24-405. Volgens [eiseres] moet deze vordering worden afgewezen.
2.2.
De rechtbank overweegt als volgt.
2.3.
[gedaagden] doet een beroep op artikel 222 RvPro dat bepaalt dat voeging kan worden gevorderd als voor dezelfde rechter verknochte zaken aanhangig zijn. Van verknochtheid is sprake wanner feitelijke of juridische geschilpunten in de ene zaak identiek zijn aan die in de andere zaak dan wel daarmee zodanige samenhang vertonen dat een zo groot mogelijke consistentie van de uitspraken wenselijk is.
2.4.
Anders dan [gedaagden] heeft betoogd is de rechtbank van oordeel dat aan genoemde voorwaarde voor artikel 222 RvPro niet is voldaan. Dat het in beide zaken om dezelfde feitelijke of juridische geschilpunten gaat is niet gebleken. De zaak 405819 HA ZA 24-405 gaat, kort gezegd, om de vraag of een bepaalde handeling (de verkoop en levering van aandelen in [A] B.V. ( [A] )) vernietigd kan worden, omdat het een paulianeuze handeling is, terwijl de onderhavige zaak, kort gezegd, gaat om de vraag of [gedaagden] aansprakelijk is voor schade aan [A] op grond van een onrechtmatige daad. Dat zijn twee andere (rechts)vragen. Niet is gebleken (en niet is onderbouwd) dat er een risico is op tegenstrijdige beslissingen, zodat consistentie van de uitspraken wenselijk is, of dat afzonderlijke behandeling van de zaken dubbel werk met zich mee zal brengen.
2.5.
De vordering tot voeging zal op grond van het voorgaande worden afgewezen.
2.6.
[gedaagden] wordt als in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten in dit incident (inclusief nakosten). De proceskosten van [eiseres] worden begroot op € 614,- aan salaris advocaat (1,0 punt x tarief II) en € 178,- aan nakosten (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing).
3.De beoordeling
in het incident
3.1.
wijst de vordering van [gedaagden] af,
3.2.
veroordeelt [gedaagden] in de kosten van het incident, aan de zijde van [eiseres] begroot op € 792,-, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,- plus de kosten van betekening als hij niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.3.
veroordeelt [gedaagden] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BWPro over de proceskosten in het incident als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
3.4.
verklaart de onderdelen 3.2. en 3.3. van dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
in de hoofdzaak
3.5.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 23 oktober 2024voor beraad rolrechter omtrent het bepalen van een mondelinge behandeling.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.J.C. Adang en in het openbaar uitgesproken op 9 oktober 2024.