ECLI:NL:RBOBR:2024:4877
Rechtbank Oost-Brabant
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen WOZ-waardering vrijstaande woning met vergelijkingsmethode
Eiseres is eigenaar van een vrijstaande woning uit 1969 met diverse bijgebouwen en een perceel van 1.029 m². De heffingsambtenaar heeft de WOZ-waarde per 1 januari 2022 vastgesteld op €682.000, welke waarde is gehandhaafd in de uitspraak op bezwaar.
Eiseres stelde beroep in tegen deze waarde en voerde aan dat de gebruikte vergelijkingsobjecten deels ongeschikt waren vanwege ligging in andere dorpskernen, en dat onvoldoende rekening was gehouden met de oudere keuken, badkamer en het ondergemiddelde duurzaamheidsniveau van de woning. De rechtbank oordeelde dat het gebruik van vergelijkingsobjecten uit andere kleine dorpskernen gerechtvaardigd was vanwege het gebrek aan voldoende vergelijkingsobjecten in de eigen kern.
De rechtbank benadrukte dat de taxatie een deskundige waardering betreft en dat de correcties begrijpelijk waren toegelicht door de heffingsambtenaar. De bezwaren over de voorzieningen en duurzaamheid werden niet onderbouwd met objectieve gegevens en konden daarom niet leiden tot verlaging van de waarde.
Verder wees de rechtbank het verweer van eiseres af dat de heffingsambtenaar onvoldoende onderbouwing had gegeven van de correcties, omdat dit argument te laat werd ingebracht en daarmee in strijd was met de goede procesorde. Ook het beroep op artikel 40 Wet Pro WOZ werd verworpen omdat dit artikel niet van toepassing is op vergelijkingsobjecten genoemd in de uitspraak op bezwaar.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van de woning wordt ongegrond verklaard.