ECLI:NL:RBOBR:2024:4878
Rechtbank Oost-Brabant
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond wegens voldoende waardering WOZ woning met vergelijkingsmethode
Eiseres, eigenaar van een rijwoning uit 1979, betwistte de vastgestelde WOZ-waarde van €311.000 per 1 januari 2022. De heffingsambtenaar had deze waarde gebaseerd op een waardematrix waarin de woning werd vergeleken met drie vergelijkingsobjecten uit dezelfde regio en bouwperiode.
Eiseres voerde aan dat onvoldoende rekening was gehouden met de oudere keuken, gedateerde badkamer en het ondergemiddelde duurzaamheidsniveau van de woning. De rechtbank oordeelde dat de waardering van deze aspecten een taxatietechnische aangelegenheid is en dat de heffingsambtenaar dit voldoende had toegelicht met correctiefactoren in de waardematrix. Het ontbreken van onderbouwende informatie werd door eiseres pas op de zitting aangevoerd, wat strijdig was met de goede procesorde en daarom buiten beschouwing bleef.
De rechtbank concludeerde dat de heffingsambtenaar aannemelijk had gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog was vastgesteld. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. De uitspraak werd mondeling gedaan op 7 oktober 2024 door rechter A.F. Vink.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde van de woning wordt ongegrond verklaard.